woensdag 1 november 2017

Opnieuw Loveless (en meer)



Vorige maand verscheen een levensteken van My Bloody Valentine. Dit keer weer een aankondiging van een reissue, de zogenaamde volledig analoge remasters van zowel Isn't Anything en Loveless. Twijfelde even, maar ging toch overstag, omdat het misschien een kans is om nieuwe details in Loveless te ontdekken (en ach, Isn't Anything op vinyl kan ook geen kwaad). Het interview met Kevin Shields door Pitchfork maakt wel echt nieuwsgierig. Het schetst een fascinerend beeld van een muzikant die verder werkt aan zijn meesterwerk maar, en dit is opvallend, niet op zoek is naar perfectie. Vreemd om te lezen dat de digitale aspecten van de plaat nu met veel omwegen worden vervangen, op zichzelf al een kunststuk, en ik ben benieuwd of je dit gaat horen. Die originele cd bewaar ik echter nog even, al aast mijn dochter er inmiddels op. Dat artefact van het moment was ergens zo juist vanwege zijn botsing tussen analoog en digitaal (in zekere zin tussen rock en techno), al had ik nooit een idee waar het ene begon en het andere eindigde.

Nieuws van een "gegarandeerd album" in 2018 neem ik maar voor kennisgeving aan, alhoewel dat idee van een kort album me wel aanstaat.

woensdag 20 september 2017

De Toekomst van Spanje


Geen reden om in de reeks van toekomstscenario’s Spanje ook niet een keer te analyseren. Spanje is voor de meeste mediakanalen weinig interessant totdat een aanslag wordt gepleegd of er weer een referendum wordt georganiseerd in Catalonië, waarbij in Spanje wonende correspondenten graag "historische" mythes herhalen (Spanje heeft bijvoorbeeld 300 geleden Catalonië niet "veroverd", dat was allang deel van het koninkrijk.) Aangezien ik nog steeds Spaans staatsburger met stemrecht ben en in een mogelijk toekomstscenario in Spanje mijn oude dag zal doorbrengen (alhoewel, haal de Amsterdammer uit Amsterdam, lastig) volg ik op gepaste afstand het wel en wee in dat prachtige, maar vaak frustrerende land.

Een mening over het onafhankelijkheidsstreven van Catalonië? Het is een interessant onderwerp maar niet vanwege de oppervlakkige redenen, want die onafhankelijkheid gaat er voorlopig niet komen. Dat de natie-staat ooit zal verdwijnen is aannemelijk, want een recente uitvinding. Het is bovendien mijn overtuiging dat Spanje met de manier waarop het is opgebouwd een van de eerste laboratoria zal vormen voor nieuwe staatsstelsels. Maar ik zal het waarschijnlijk niet meer meemaken. Ik merk dat met name in Nederland, maar ook in het Verenigd Koninkrijk, waar zich veel vrijheidsstrijders van het toetsenbord bevinden, de situatie ondermaats wordt gepresenteerd. Daar zijn duidelijke historische redenen voor aan te wijzen die eigenlijk niet verder reiken dat het moment dat Johan Cruijff bij F.C.Barcelona tekende en goedkope vluchten richting de Costa Brava op gang kwamen. Journalistieke onnauwkeurigheid is, zoals we tegenwoordig gewend zijn, een andere factor.

Twee zaken worden buiten Spanje zelden tot nooit genoemd. Ten eerste dat men in Spanje weinig goede herinneringen heeft aan de laatste groep die de grondwet moedwillig ter zijde schoof. Ten tweede wordt nooit de essentiële vraag gesteld: wie profiteert werkelijk van onafhankelijkheid? Dat is namelijk de Catalaanse elite, de beroemde "100 families", die smacht naar zelforganisatie en het veilig stellen van kapitaal. Waarom dit zo wrang is kom ik hieronder nog op terug.

Dat de grondwet geen ruimte laat voor een referendum over onafhankelijkheid is een gegeven, geen enkel moderne democratie met een grondwet kent die ruimte, reden waarom toenadering van Catalaanse politici naar buitenlandse regeringsleiders steevast wordt genegeerd. Een mogelijke opening, en dit willen bepaalde politieke partijen onderzoeken, is een aanpassing van de Spaanse grondwet om zo de status van autonome regio's bij te stellen (al gaat die autonomie nu al veel verder dan in de meeste landen.) Het probleem voor de Catalaanse oligarchie is dat dit proces lang duurt, geen garantie op succes biedt en de complete Spaanse bevolking een stem geeft. De Spaanse overheid weet dat ze in haar gelijk staat en kan in principe elk referendum dat driftig om de zoveel jaar wordt georganiseerd uitzitten.

Wat het dan ook doet. Maar bij elk referendum, dat telkens weer ongeldig wordt verklaard, wordt de stemming grimmiger. Het lijkt er dit jaar dan ook op dat de Spaanse overheid de duimschroeven wat aandraait en eens en voor altijd van het gezeur af wil zijn. Een delicate operatie, want te grote gebaren, zoals de arrestatie van een aantal organisatoren van het referendum, spelen nationalisten in de kaart. De hoofdprijs van provocatie is het beeld van tanks op straat waarmee de gedroomde status van Kosovo zou kunnen worden behaald. Zolang dat beeld niet bestaat blijft de status quo bestaan.

Wat mij als progressieve Spanjaard veel meer interesseert is hoe linkse partijen met deze situatie omgaan en dat is grotendeels een deceptie. Binnen Catalonië heeft nationalisme een zeer karakteristieke hybride gevormd met ideologisch links-georiënteerde partijen die zelf vaak zijn ontstaan uit onvrede met het gebrek aan onafhankelijkheidsstreven in moederpartijen. Uiteindelijk leverde dit met het oog op de regionale verkiezingen van 2015 het gedrocht Junts pel Sí op, een coalitie met de grootste partij in de regio, Convergència Democràtica de Catalunya. Dit was de facto het ideologische failliet van de deelnemende linkse partijen die een pact aangingen met wat in wezen een strikt neoliberale partij is (die bovendien continu door corruptie wordt geplaagd). Junts pel Sí heeft voor een meerderheid bovendien de steun van het radicaal-linkse Candidatura d'Unitat Popular (CUP) nodig. De strategie van de laatste is enigszins te begrijpen maar naïef: men hoopt op een onafhankelijk Catalonië waar vervolgens gebroken kan worden met de neoliberale politiek om het land naar links-autonome wijze in te richten. Ook al gaat het in tegen de internationale kerngedachte van progressieve politiek heeft het CUP-idee van een participerende democratie iets sympathieks. Maar het is ondenkbaar dat de lokale elite de macht, met bijhorend geweldsmonopolie, na al die decennia uit handen zal geven. Zonder een brede, internationale verdwijning of radicale omvorming van kapitalisme gaat er geen commune van Catalonië komen. Waar het wel op zou lijken is een nieuw soort belastingparadijs dat buiten de controle van de Europese Unie valt.

Hoe zit dit op nationaal niveau? PSOE, de traditionele socialistische partij, heeft een periode van crisis doorgemaakt en lijkt voorzichtig naar links te bewegen, steunt de rechtse regering in het blokkeren van onafhankelijkheid maar laat de mogelijkheid voor een grondwetsverandering open. Een bedachtzame middenpositie die de partij tijd gunt om zich ideologisch verder te heroriënteren. Wie zich in een spagaat heeft gemanoeuvreerd is Pablo Iglesias van Podemos. Iglesias heeft bij de laatste lokale verkiezingen door strategische samenwerkingen een aantal belangrijke overwinningen weten te boeken waarbij aan Podemos gelieerde burgemeesters van Barcelona en Madrid werden gekozen. Toen al moest Iglesias in Catalonië over eieren lopen om een deel van zijn electoraat met sympathieën voor onafhankelijkheid niet kwijt te raken. Het vergt steeds meer van zijn retorische vermogens om deze positie vol te houden. Degene die als eerste onder de druk zwicht is helaas Ada Colau, de vernieuwende burgemeester van Barcelona. Ook zij weet dat ze weinig kans maakt om herkozen te worden als ze onafhankelijkheid compleet afzweert. Haar medewerking aan een brief aan de Spaanse regering en koning om over het referendum te onderhandelen is politiek-strategisch begrijpelijk, maar zal haar waarschijnlijk niet in dank worden afgenomen in een stad waar de meerderheid van de bevolking tegen onafhankelijkheid is. Hierdoor wordt een belangrijke politieke beweging geproblematiseerd, wat vergaande gevolgen kan hebben voor progressieven in Spanje die eindelijk de mogelijkheid hadden gevonden om voorbij het pseudo-tweepartijenstelsel te denken.

De situatie in Spanje verschilt, met uitzondering van details, uiteindelijk weinig van andere landen in de manier waarop men zich met randzaken bezighoudt in plaats van het werken aan essentiële oplossingen voor de rest van de 21ste eeuw. Vanaf het moment dat klimaatverandering zich voor het eerst aankondigde, stond Spanje meteen in de schijnwerper. Een van de logische scenario's van klimaatverandering is dat het Iberisch Schiereiland ongenadig hard geraakt kan worden. Wanneer de temperaturen blijven stijgen, en de afgelopen zomer is al een waarschuwing geweest, zullen de zomers ondragelijk worden en het proces van woestijnvorming doorzetten. Wat pijnlijk is omdat Spanje een van de leiders in duurzame energie had kunnen zijn en op weg was om dit worden (logisch met zoveel zonne-uren). Toen de rechtse Partido Popular in 2011 aan de macht kwam heeft ze echter vrijwel direct de duurzame energiesector getorpedeerd die zich vervolgens op het buitenland moest richten (Gamesa, een van de grootste fabrikanten van windturbines is Spaans maar verkoopt ze, na ternauwernood te hebben overleefd, vooral in de Verenigde Staten.)

Om te kunnen overleven zal Spanje radicaal moeten veranderen. De beruchte corruptie heeft het land de afgelopen 20 jaar bijna lam gelegd. Voorzichtig lijkt hier een kentering in te komen, het Spaanse nieuws opent steevast met weer een corruptiezaak die naar de rechter wordt gebracht, al lijkt het soms onbegonnen werk, geen enkele institutie of partij is op elk niveau ongevoelig voor deze verrotting. Pas als corruptie is beteugeld kan men daadwerkelijk beginnen aan nieuwe grote projecten. Geen megacasino’s, onafgebouwde flats of nooit gebruikte vliegvelden maar projecten in de geest van Solarpunk: irrigatiesystemen, groene steden, het verder uitbouwen van het op Japanse school geënte netwerk voor hogesnelheidstreinen (nu al het grootste van Europa.) De melancholische estheten moeten de zelfsabotage overwinnen of er blijft niets anders over dan gebarsten land.

Meer achtergrond:
Intrigerende conversatie in Jacobin tussen Pau Llonch en Alberto Garzón: over hoe links op het onafhankelijkheidsstreven zou moeten reageren.

Minutieuze ontmanteling van de tien belangrijkste onwaarheden en mythes van het Catalaans-nationalistische kamp (El País, in het Spaans.)

'A (weak) homage to democracy in Catalonia' door Manuel Serrano is een van de beste analyses van de situatie (OpenDemocracy, in het Engels/Spaans)

'The failure of Catalan nationalism' (El País, in het Engels)

´Catalanen worden echt niet onderdrukt´ (NRC, aan de late kant weer, maar interessant genoeg geschreven door een Nederlandse (half-Spaanse?) deelnemer aan de Indignados beweging)

I-CONnect Symposium: The Independence Vote in Catalonia–The Constitutional Crisis of October 1 door Víctor Ferreres Comella

Nawoord 1 oktober

Is er niemand dood gegaan? Dan zal het onafhankelijkheidsstreven van Catalonië heel langzaam aan populariteit afnemen. Zonder martelaars, waar sommigen op hadden gehoopt (katholiek land nietwaar?), geen blijvende wond. Een mediaspektakel blijft vluchtig in de oneindige verschuivingen van de hyperrealiteit. Voor de nabije toekomst betekent dit helaas dat progressieve politiek in Spanje buitenspel is gezet. Had vandaag anders kunnen verlopen? Natuurlijk, de politie kon net zo goed vijf minuten voor sluiting alle stembussen confisqueren, maar het ouderwetse politiegeweld is strategisch, cynisch zo je wilt, voor binnenlands gebruik ingezet (de ware instrumenten van de moderne controlestaat, type digitale blackout, zijn gewoon achter de hand gehouden). Premier Rajoy heeft de strijd voor de binnenlandse sympathie waarschijnlijk gewonnen. De beelden van bloedende burgers die gretig op social media werden verspreid zullen weinig indruk maken in Spanje zelf, waar de gedachte zal zijn: als je blijft trollen krijg je op een gegeven moment een beuk. Uiteindelijk een wat bot antwoord op Poppers essentiële paradox van tolerantie. En dus hebben we in Spanje de Partido Popular de komende jaren hasta en la sopa.

Zelf ben ik verder gedesillusioneerd geraakt over de manier waarop men de afgelopen weken verslag heeft gedaan in veel nieuwsmedia (met uitzondering van een realistisch, afstandelijk Trouw en een late maar scherpe bijdrage in De Volkskrant van Spanjespecialist Steven Adolf en zowaar een portret van anti-nationalistisch links in Cataluña) en personen waar ik een doordachte kritische houding van had verwacht (o.a. Naomi Klein, Paul Mason) maar zich ontpopten als twitterorakels die duidelijk blijk gaven zich niet in de materie te hebben verdiept. Niet alleen links in Spanje krijgt het moeilijk, het idee van een kosmopolitisch links lijkt ten einde te lopen nu veel ideologen de partij kiezen van nationalistische bewegingen. Een soort slow motion 1914.

Voor de langere termijn zie ik eigenlijk maar twee realistische scenario's:

– Een radicale oplossing die veel kwaad bloed zal zetten is het tijdelijk opschorten van de autonomie van de regio wat mogelijk is dankzij artikel 155. De Spaanse overheid zou dan een grote schoonmaak kunnen houden in het regionale rechtssysteem, de politie (de apathische Mossos d’Esquadra) en, waar de handen waarschijnlijk het meest jeuken, onderwijs. Een soort reboot van het systeem. Maar artikel 155 wordt over het algemeen gezien als een noodrem en de Spaanse overheid zal, met alle staatsrechtelijke troeven achter de hand, waarschijnlijk the long game spelen (de Spaanse overheid is zeer geduldig.)

– De collectieve oplossing. De eerder genoemde grondwetswijziging. Een lang proces met een onvoorspelbare uitkomst waar uiteindelijk alle Spanjaarden over zouden moeten stemmen (opvallend genoeg ziet men in onafhankelijkheidskringen de bui al hangen en begint een discours op gang te komen dat de grondwet van 1978 hen is opgedrongen, de zoveelste geschiedsvervalsing.) En met een aantal problemen: het zal lang duren voordat alle partijen weer met elkaar willen spreken (iemand opperde al het aantrekkelijke idee van een Latijns-Amerikaanse mediator maar dan nog zal Puigdemont eerst het veld moeten ruimen en Rajoy ook.) Bovendien, hoeveel zal een wijziging van de grondwet echt uitmaken van een staat die al vergaand federatief is? Kortom, de status quo zal de komende decennia blijven bestaan. Beter steekt men al die energie in constructieve projecten in plaats van het narcisme van de kleine verschillen, het kankergezwel dat nationalisme heet.

En in alle commotie vergat ik gewoon een derde lange termijn scenario:

- Een federaal Europa waar langzaam de natiestaten in worden opgelost zal alle regio's en (mega)steden in Europa nieuwe bevoegdheden moeten geven. Het is de meest rationele en daarom misschien ook moeilijkste oplossing, zeker op dit moment nu veel regeringsleiders en politici de nationalistische Kool-Aid hebben gedronken. Macron ziet het, maar die opereert en denkt op een ander niveau. Maar misschien dat een ramp hier, een gewapend conflict daar, een doorbraak kan forceren. Als het zo ver is, een optimistische raming is vanaf 2070, ontstaat er waarschijnlijk wel een gunstig bijeffect, namelijk dat nationalisme als vulgair en achterhaald wordt gezien.

vrijdag 15 september 2017

Heeft Blade Runner nog een toekomst?

Als het goed is, komt er dit jaar een vervolg op Blade Runner. Die film uit 1982 heeft verder geen introductie of verdere analyse nodig. Nadat ik eerder dit jaar de te lange trailer zag, besloot ik dat ik die film, waar ik toch al ambivalente gevoelens over had, niet ga zien. Ik had mij hetzelfde voorgenomen met de remake van Ghost in the Shell, maar kon het toch niet laten om die in het vliegtuig te kijken. Het was geen ramp (Tokio heeft een prachtige augmented reality update gekregen) en ook geen succes (Amerikanen kunnen de Japanse manier van vertellen niet aan). Maar de Blade Runner trailer voelde verkeerd aan (teveel actie, teveel plotwendingen) en nu komt het nieuws dat Jóhann Jóhannsson, de vaste componist van reggiseur Denis Villeneuve, plotseling is vervangen door de pompeuze Hans Zimmer. Diezelfde dag, begint dit zich online te verspreiden:

 

Een Blade Runner animé van de hand van Shinichirō Watanabe, maker van het klassieke Cowboy Bebop (waar helaas zelf een Amerikaans remake van dreigt te worden gemaakt.) Zoals ik het begrijp een korte film die een overbrugging vormt tussen het origineel en de komende remake. Misschien dat ik de animé nog een kans geef maar je voelt al de verschrikkelijke term franchise opdoemen. Het uitmelken van alles dat een keer gewerkt heeft met talloze vervolgen en zijpaden totdat iedereen van verveling opgeeft en je het origineel niet meer kunt luchten. Inderdaad, een van hoekstenen van retromania.

De vraag die men vervolgens direct dient te stellen is: heeft Blade Runner nog bestaansrecht? Is het niet gewoon tijd om dat toekomstscenario, dat zo invloedrijk is geweest, los te laten? We hoeven niet tot 2019 te wachten om ons te realiseren dat de wereld er toch niet zo uitziet. Geen wonder, het is immers een visioen dat grotendeels opgebouwd is uit de fantasie van drie artiesten, Philip K. Dick, Moebius (op indirecte manier) en Syd Mead in de periode 1968 -1982. De eerste twee leven niet meer en Mead is 84 jaar oud, maar belangrijker: de wereld waar die ideeën in werden gevormd is veranderd. Zelfs een gunstige lezing van Blade Runner (klimaatverandering, pseudo-autoritarisme, multiculturalisme) kan een groot aantal nieuwe ideeën gebruiken, mogelijkheden die films als Her en ex_machina op kalme wijze hebben uitgewerkt. Dat zijn de verse wegwijzers richting de toekomst. De oude paden zijn overwoekerd.

donderdag 14 september 2017

Grant Hart (1961 - 2017)



Een van de redenen dat de beste platen van Hüsker Dü zo fascineren is de wisselwerking tussen beide schrijvers en zangers Bob Mould en Grant Hart. Jaar in, jaar uit als ik Zen Arcade opzet, steeds dezelfde gedachten: "Grant Hart schreef de mooiste liedjes", volgende nummer en Mould zet zijn beste existentialistische brul op: "nee, daar kan niemand tegen op." En zo, zal het altijd blijven. Hart is nu te jong overleden, misschien niet zo verrassend...nice guys finish last, de tol van een ongezonde levensstijl, gewoon pech, et cetera.

De scheurende Flying V van Mould kon nooit de welhaast ouderwets romantische inslag van Hart verbloemen. Was ook nooit de bedoeling, want de manier waarop Moulds straaljagergeluid 'The Girl Who Lives On Heaven Hill' voorstuwt is net zo goed een uitbeelding van het verlangen dat de zanger voelt. En wat een verlangen, je ziet alles meteen voor je: de heuvel, de kleur van de bomen, het licht, het pad naar boven en het prachtige, wat verkreukelde meisje. Hart kon dit met zijn gevoel voor melodie bijna achteloos neerzetten.

Zo ook op een van mijn favoriete rocknummer ooit. Ik weet nog precies dat ik Flip Your Wig had gekocht en wat kritisch/teleurgesteld naar de eerste paar nummers luisterde van "mmm, dit is geen Zen Arcade." En dan is daar opeens ´Green Eyes' en je kunt je haast niet voorstellen dat zoiets eenvoudigs, zonder uitzonderlijk refrein, een nonchalante melodieuze draai met een latere uitwerking op gitaar, zo perfect kan zijn. Elke keer zette ik die middag de naald weer terug. Telkens dat gevoel dat je groeit, de muziek door je wezen jaagt, dat je, kortom, leeft.

woensdag 30 augustus 2017

Japan: citaten en leeswerk



Citaat gevonden in The Japanese Mind, een interessante collectie essays over Japanse culturele concepten. Uit Wabi no sadō (1987) van H. Hisamatsu:

From the Muromachi to the early Edo period, the spirit of wabi showed its energy. Then gradually, the practice of tea ceremony and other traditional arts became inflexible and formalistic, and lacking in creativity. Such spirit is dead now, and for this reason, the practice of tea ceremony today does not have a 'now', or a 'future', but only the glory of the past.
Sinds terugkomst ben ik ook begonnen aan het herlezen van Barthes' L'Empire des Signes, dat ik jaren geleden las maar wat om onduidelijke redenen altijd een afstandelijke tekst bleef. Nu is het allemaal herkenbaar en, een karaoke of animé daargelaten, nog opvallend weinig gedateerd. Ik ben erg gecharmeerd van Edmund White's recensie van het boek waarin hij scherpzinnig de vreemde opluchting samenvat die je in Japan voelt:

In this fictive Japan, there is no terrrible innerness as in the West, no soul, no God, no fate, no ego, no grandeur, no metaphysics, no 'promotional fever' and finally no meaning...For Barthes Japan is a test, a challenge to think the unthinkable, a place where meaning is finally banished. Paradise, indeed, for the great student of signs.



zondag 20 augustus 2017

Japan: een eerste poging

Ik verlangde er al decennia naar om Japan te bezoeken. Ik denk dat ik ergens ook verwachtte daar de toekomst te hervinden. Dat laatste is zeker niet gebeurd. Technologisch, de zichtbare, praktische kant ten minste, zijn West en Oost gelijk getrokken. De voorsprong in hardware is (momenteel?) vrijwel tenietgedaan en software beweegt nu eenmaal met ongekend gemak over de planeet. Wat mij in eerste instantie dan ook verraste was hoe weinig Japan mij verraste: ik was hier altijd al geweest. De verschillen, het genot, is uiteindelijk te vinden in subtiliteiten. Natuurlijk de taal, dat heerlijke achtergrondgeluid (altijd zacht) en de visuele pracht van de taal die overal aanwezig is, elke metrokaart een nieuwe schatkaart van betekenis. Elke slogan op een gebouw een toevoeging aan het popartcanon.

Zomaar een parkeerplaats in Kyoto

Japan, zo merkte ik al snel, is een gift voor de socioloog. Veel meer dan de technologie is de complexiteit van het sociale fascinerend. Elke sociologische theorie die in het Westen is geformuleerd moet hier opnieuw worden getest. Het civilisatieproces, de relatie tussen het sacrale en profane, de orde van de simulacra en vooral het Goffmaniaanse spel tussen front stage en back stage. Japan is zonder twijfel een introverte maatschappij (voor deze introvert bijna een utopie, waar men zonder schuldgevoel kan zwijgen.) Je wordt je bewust hoe luidruchtig Westerlingen zijn, hoe wij continu bezig zijn met praten om ons ego te versterken. Er is een subliem zwijgen dat ik bijvoorbeeld zag bij bezoekers aan het strand die vanaf een hoger gelegen punt, in typisch gehurkte houding, rokend de oceaan aanschouwden. Ik kan alleen gissen naar hun gedachten (een volstrekt normaal moment van contemplatie?) Op het water heerst onder surfers totale kalmte, geen enkele communicatie, alleen een enkel kind kraait misschien van plezier in de branding. Geen geschreeuw, geen muziek maar ook geen lichamelijk vertoon (geen opgepompte lichamen of tatoeages die geassocieerd worden met yakuza.)

Kalme estheten, veel aspecten van het leven zijn duidelijk gericht op schoonheid, de correcte presentatie, ook van het sociale masker door middel van kleding en kapsels (geholpen door de structuur van het haar, zeer gunstige lichaamsbouw en vaak prachtige gezichten) tot op latere leeftijd (de 60-plusser kan qua stijl gewoon nog meekomen.) Al lijkt die schoonheid niet altijd meteen evident. Tokio vond ik in eerste instantie grauw en lelijk, totdat ik er achter kwam dat de stad veel subtieler is, elke zijstraat herbergt een mogelijke ontdekking. Een stad die lijkt opgebouwd uit kleine oases, cafés waar een perfecte rust heerst, waar inderdaad nog steeds bossanova en pianomuziek klinkt en mensen zonder gêne even kunnen slapen (de stedeling is duidelijk oververmoeid). Dan zijn er weer de kolkende intensiteiten van oneindige winkelstraten waar muziek, beelden en Aziatische massa (die echt van een andere orde is dan de Europese massa) je lijken te verdrinken.

De wijk Namba in Osaka


Het sociale functioneert door eeuwenlange ritualisering perfect omdat van iedereen wordt verwacht dat men rekening met de andere houdt (de stilte, het respect voor de persoonlijke ruimte.) Ik ben er nog niet helemaal achter wat dit inhoudt voor de buitenstaander, de artiest en creatieveling. Ik kreeg in de bergen het vermoeden dat een bepaald soort Japanner zich hier terugtrekt die de teugels enigszins wil laten vieren (een eigen interpretatie van de hippie, maar dan natuurlijk Japans, dus met een uitgedachte stijl.) Het sociale weefsel werkt tot een verre periferie maar over de grens waakt een Aziatische controlestaat die wanneer nodig streng ingrijpt. Ik zou Japan het meest geciviliseerde land ter wereld noemen ware het niet dat het nog steeds de doodstraf kent die omgeven is van echt kafkaëske procedures. Dat het sociale weefsel zo sterk en ver doorwerkt maakt het strafregime zelfs bijna logisch: je moet wel heel ver gaan om jezelf buiten de sociale orde te plaatsen en dan geeft men je ook welhaast achteloos op. Maar de doodstraf blijft een barbaarse praktijk die dient te verdwijnen. Reden waarom Zweden uiteindelijk vrijwel alles combineert wat men van een samenleving mag verwachten in de 21ste eeuw.

Er wordt gezegd dat je bij terugkeer uit Japan pas gechoqueerd raakt, maar dan door de gecultiveerde botheid en luidruchtigheid van Nederland. Misschien dat de waarschuwing vooraf (en aankomst op zondagochtend) dit effect enigszins opving. Maar wat zich wel duidelijker dan ooit aftekent, is de Nederlandse obsessie met de Amerikaanse cultuur en politiek die neurotische vormen aanneemt (in Japan vindt met Amerika vooral interessant als esthetisch concept waarvan men bepaalde onderdelen overneemt en vervolgens verbetert.) Een nieuw oriëntalisme, politiek kritisch maar open op het gebied van esthetiek, filosofie en economie lijkt me zeer vruchtbaar en zelfs noodzakelijk voor een overbevolkt land. De zon rijst nog steeds in het oosten.

vrijdag 28 juli 2017

Porter Ricks in het Windowlicker tijdperk



Eindelijk de nieuwe Porter Ricks kunnen beluisteren op cd, die opvallend moeilijk verkrijgbaar is (ik vermoed een signaal dat we in de nabije toekomst steeds moeilijker platen kunnen vinden die vroeger standaard in de winkel lagen.) Een vreemde ervaring om na 20 jaar weer nieuwe muziek te horen van een duo dat een van mijn favoriete techno-albums ooit maakte (Biokinetics op Chain Reaction) en een wat warrige opvolger met enkele geweldige momenten. Op het eerste gehoor vielen me een paar dingen op, waaronder hoe digitaal het nieuwe geluid is. Om de onvermijdelijke vergelijking te maken met het debuut, mist het geluid daardoor een bepaalde openheid, die bijna kinesthetische frisheid alsof je de nevel die een deinende boot veroorzaakt kon voelen. Anguilla Electrica is een duik in de oceaan van silicium en dat maakt de muziek ook meteen erg 2017.

Wat Anguilla Electrica fascinerend maakt is hoe het tegelijkertijd terugblikt en vooruit kijkt. Dat plezierig/onbehagelijke gevoel dat verleden en toekomst even in de realiteit naar elkaar toebuigen en overlappen. Er zijn momenten dat ik overtuigd ben dat de muziek over gaat in Vainqueurs ‘Elevation II (Reduced)’ een van die heerlijke Berlijnse kadansklassiekers uit de mid-jaren negentig. Maar Oli Warwick heeft gelijk wanneer hij in de Resident Advisor recensie stelt: "The complex behaviour of texture and tone in this music is a step beyond what was possible in the '90s, and that's apparent throughout Anguilla Electrica."

Waar Porter Ricks voorheen een bijzondere diepte wist te creëren ligt de aandacht nu in ritmische details die op onvoorspelbare wijze verschijnen en toch naadloos passen. Een andere referentie die meteen bij mij opkwam was Daft Punk, alsof de muziek op momenten dreigt over te gaan in ouderwetse Franse filterhouse. Wellicht geen vreemde associatie omdat zowel het Franse als Berlijnse geluid op dat moment gefascineerd was door de mogelijkheden van een ijl geluid. Maar Daft Punk was met Discovery ook snel bij dat ritmische versnipperen wat uiteindelijk is terug te brengen tot de invloed van Todd Edwards (vandaar zijn gastrollen op hun albums) en hun liefde voor Aphex Twins onnavolgbare ‘Windowlicker’. Nu we die bijna spreekwoordelijke ¨historici uit de toekomst” zijn geworden is het inderdaad tijd om de stelling te poneren of de geschiedenis van techno een pre-Windowlicker en een Windowlicker-tijdperk kent waarin we ons nu nog steeds bevinden. Heel langzaam begint techno anders te klinken zonder dat de wortels werkelijk onherkenbaar zijn geworden. Maar dat je door Anguilla Electrica dit soort vragen gaat stellen is een teken dat die tijd ooit zal aanbreken.