maandag 8 mei 2017

Een opening richting een positieve toekomst?



Dit zou eigenlijk ‘De Toekomst van Frankrijk’ moeten heten, maar je moet ook je eigen beperkingen kennen en toegeven wanneer je te weinig kennis hebt om een serieus toekomstscenario uit te tekenen. Van buitenaf vermoed je al snel dat Frankrijk meer kan maar overmand is door een collectieve melancholie, of is dat niet inmiddels een mediamythe? De nieuwe president Macron schijnt te geloven in de mogelijkheid van een president die een land richting kan geven en in die zin is zijn jeugdige elan een goed teken, zijn Europese positiviteit een soort langverwachte stortbui in de woestijn. Iedereen heeft het er altijd over dat hij een bankier is geweest, maar van huis uit is Macron filosoof, assistent van Paul Ricoeur. Altijd een goed teken en in combinatie met zijn wat bedeesde manier van doen vermoed ik dat Macron hierdoor makkelijk is te onderschatten.

Zijn verkiezing is in ieder geval voorlopig het einde van het Europese neofascisme. Niet dat de leiders dit zullen accepteren. Maar net als bij Wilders zullen de omstandigheden voor Le Pen binnen nu en tien jaar waarschijnlijk nooit meer zo gunstig zijn. Ze had de “wind mee”, met Brexit, “gebalanceerde” media, een extreem onpopulaire zittende president, impliciete steun van terroristen, expliciete steun van Poetin en een leger aan hackers en trolls. Beter wordt het gewoon niet en toch is dit de grootste nederlaag in de reeks naoorlogse presidentsverkiezingen, met uitzondering van haar vader tegen Chirac in totaal andere omstandigheden. Als het Europese project een kans van slagen heeft is het nu met een nieuwe Frans-Duitse as, zonder de Anglo-Saksische dwarsliggers die zichzelf buitenspel hebben gezet. In die zin is er een opening richting een zonnige toekomst ontstaan, voor Europa, misschien zelfs voor het grootste deel van Eurazië.

Wat me misschien het meest aan de Franse verkiezingen heeft verbaasd is de teleurstellende houding van archaïsch links. En dan heb ik het niet over Benoît Hamon van de Parti socialiste die eigenlijk de meest vooruitstrevende ideeën presenteerde maar nooit kon ontsnappen aan de implosie van zijn partij. Het is de arrogante desinteresse van nieuwe ster Mélenchon om invloed uit te oefenen in de tweede ronde en een grote groep kiezers in het linkse spectrum, natuurlijk met instemming van querulant Žižek en zijn duffe leninisme, die allemaal op hun eigen manier durfden te stellen dat er geen wezenlijk verschil was tussen Macron en Le Pen. Als democratie nog iets is om voor te vechten is dit decadente nihilisme, wat nog het meest doet denken aan teleurgestelde voetbalsupporters, misschien een groter gevaar dan een paar extreemrechtse nostalgici.

Nadat ik deze tekst had gepubliceerd kreeg ik opeens een visioen van een Europese toekomst en later in de week werd een mooi contrast toegespeeld. Ik heb die gedachten op Medium verder uitgewerkt tot 'De saaie toekomst'.

zaterdag 29 april 2017

Eerste indrukken bij beluistering van Narkopop



Na 17 jaar is de vijfde van GAS verschenen. Wellicht dat er over een aantal jaar diepgaandere en frisse inzichten over zijn te formuleren, al vermoed ik inmiddels dat GAS zichzelf analyseert, of wel, de basisgedachten over de muziek zijn allang geleden gevormd en daar valt weinig aan toe te voegen. Iedereen met maar een beetje interesse in de Duitse cultuur kan de punten naar eigen inzicht verbinden. Maar gedachten zijn er natuurlijk meteen, om te beginnen kan ik de laatste tijd met tevredenheid terugkijken op het hoofdstuk ‘1993: De toekomst is onaf’ uit De Toekomst Hervonden waar ik de comeback van The Avalanches, Aphex Twin en GAS bijna met mijn wil probeer vorm te geven. Mijmerend dat de auteurtechno van de jaren negentig vol onontgonnen vertakkingen zit, kom ik op dit punt terecht:
Het mooiste voorbeeld is Zauberberg (1997) van GAS dat een complete wereld presenteert, een audiovisuele dagdroom, en hier ook nog filosofische en literaire referenties aan verbindt (zonder dat deze op de voorgrond treden). GAS is geen model dat herhaald kan worden, het is een unieke uiting. In plaats van een Grote Plaat (die iedereen dwingt op te letten) is de term Sterke Plaat beter: een plaat (een kunstwerk) met verschillende dimensies en lagen, een spel met betekenissen. En hiermee vermijdt men het idee van een programma voor vernieuwing, het recept voor de toekomst zoals opgesteld door de criticus of een comité. Wat deze vorm van muziek maakt tot wat het is, is een persoonlijk visioen. Het verschijnt.
En verschijnen deed het. Meteen is duidelijk dat we nu te maken hebben met een evenement. Een spel tussen (social) media en platenmaatschappij. Je vergeet daardoor bijna hoe de status van dit project door de jaren heen is toegenomen en hoe obscuur GAS destijds was. Alle albums verschenen op het experimentele Mille Plateaux label en waren, misschien met uitzondering van het bij vlagen glitchy Pop, op dat label zelf buitenbeentjes. Ze waren ook moeilijk te vinden. Ik bestelde Zauberberg samen met Las Vegas van Burger/Ink en mijn portemonnee huilde toen ik, pre-online shop, bij de platenwinkel moest afrekenen. Nu krijg je netjes een opulent boekwerk thuisbezorgd dat je bijna niet durft aan te raken en achter glas wilt plaatsen.

Het is hoe dan ook een object waaraan alle zorg is besteed en nadat je de naald in de groeven hebt geplaatst wordt snel duidelijk dat dit verreweg het best klinkende GAS-album is. Ik ben zeker geen vinylfetisjist maar de eerste indruk wat betreft geluid is dat het vinyl voller klinkt met een indrukwekkende baslaag die de kamer op een gegeven moment laat trillen.

Narkopop is ook muzikaal het grootst opgezette album in de GAS-serie, vergelijkbaar met supersymfonieën als de tweede van Mahler. Zauberberg had altijd de mooiste structuur: een blik op de berg, de reis door het woud die volgt en het bereiken van de bergtop zelf. Narkopop slingert meer, kent meer verschillen: sublieme miniaturen die glinsteren als Rijngoud en ergens in het midden van het woud een duister hart gevormd door een terugkerende reeks van drie kloppende basdrums die het album meteen riskant maken als psychedelische ervaring. Dit fragment is zonder twijfel het dichtst dat GAS bij kwaadaardige muziek komt, onnoembaar en heidens.

Ik hoor niet een directe uitschieter als het meesterwerk ‘Köningsforst 5’ maar verbaas me in eerste instantie vooral over die basdrum. Waarom is die zo belangrijk in deze muziek en maakt het GAS spannender dan het beatloze Rückverzauberung project? En wat maakt de basdrum van Voigt, die bijna generiek kaal klinkt, toch zo herkenbaar? Is het tempo net iets lager dan de conventies van dansvloertechno vereisen? Want dit is muziek die door 99.9% van de dj's niet gedraaid zal worden. Maar dat was GAS altijd al, een bevrijde vorm van techno, voor het individu, de wandelaar, de kosmonaut.

Voor veel meer informatie is dit interview met Wolfgang Voigt een aanrader. In het Duits, vol “Hertzblut” en “der permanenten Auseinandersetzung mit Widersprüchen”, zoals het hoort.

(illustratie: Oscar Droege)

vrijdag 14 april 2017

Mika Vainio (1963 – 2017)



Een van de cruciale muzikale momenten in mijn leven was het optreden van Panasonic in Paradiso 1997. Na het nieuws van de plotse dood van Mika Vainio heb ik mijn geheugen wat opgepoetst met Google. De avond was een samenwerking tussen het Sonic Acts festival en VIP Club. De laatste was waarschijnlijk de reden dat ik er met mijn vriendin naar toeging. VIP Club was door de jaren heen uitgegroeid tot een uiterst betrouwbare dansavond waar de beste dj’s en liveacts opwachting maakten. Ik ging die augustusavond DJ Spooky eens uitchecken en kwam in een bizarre ambiance terecht waar performance kunst, avant-garde en techno elkaar op compleet natuurlijke wijze ontmoetten (en die helaas ook nooit meer is geëvenaard, peak jaren negentig.) En toen verschenen er twee serieuze mannen op het podium, in mijn herinnering bevonden ze zich in een toren van apparatuur en speakers. Net als een groot aantal artiesten van die avond hadden ze oranje overalls aangetrokken. Wat volgde was een complete breuk met alles wat ik ooit had gehoord, of zelfs als muziek beschouwde. Het duo zette geduldig een veld op van sublieme machinale noise. Noise heeft meestal iets agressief en pijnlijks maar dit was duidelijk voorbij allerlei vaststaande kaders van mooi en lelijk. Het vormde een intensiteit die indrukwekkend, mysterieus, onvoorspelbaar, gedetailleerd en, niet onbelangrijk, super grappig was. Panasonic live was een bevrijdende ervaring, op het moment zelf maar ook als breuk die je daarna op hernieuwde wijze naar muziek laat luisteren.

De verrassing was waarschijnlijk een belangrijke factor. Ik had geen idee wie Panasonic waren. Het enige waar ik het bestaan (vagelijk) van kende, een connectie die ik daarna pas maakte, was het obscure label Sähkö waar Vainio onder andere platen als Ø uitbracht. Platen die destijds moeilijk te vinden waren en je waarschijnlijk alleen hoorde in sets van Richie Hawtin (veel later zouden zijn tracks hoekstenen vormen in het werk van Villalobos, Miss Kittin en recentelijk Nina Kraviz.) Vainio zag ik een aantal keren terug op Sonic Acts en altijd was het fascinerend wat hij, als een wat excentrieke laborant, uit zijn mysterieuze machines wist te draaien. Onvoorspelbaar bleef hij altijd. Knallende noiseplaten werden afgewisseld met donkere samenwerkingen (Hephaestus met Arne Deforce) of kosmische ambient (het meesterlijke Konstellaatio.) Vainio was een echte pionier die een unieke vertakking van Kraftwerk presenteerde, gegoten in een typisch Finse stijl, waar je als West-Europeaan allerlei fantasieën op kon projecteren. Een onvervangbare kunstenaar.

zaterdag 1 april 2017

Swans: samen op weg naar het niets

video


Ik ging met enige tegenzin naar Paradiso. Het was nog licht, “livemuziek is voorspelbaar geworden” en ik maakte me toch wel zorgen over de aanslag op het gehoor die me te wachten stond. Eenmaal binnen en strategisch op het balkon boven de geluidinstallatie van Paradiso gezeten voelde ik een lichte teleurstelling dat er maar een drumstel was opgesteld. Toen Swans daarna nonchalant nog even de instrumenten stemt, dacht ik: “oh nee, het is een ouwe lullenband geworden!” Misschien is dat gewoon onvermijdelijk maar de angst dat dit in conventionele muzikaliteit resulteert wordt direct weggenomen. Binnen twee minuten ben ik om. Michael Gira begint, zijn blik gericht op de drummer, een langgerekte noot te spelen. En zeer geduldig wordt deze drone harder en aangekleed met subtiele lagen en effecten, totdat onvermijdelijk de Swans-beuk losbreekt. Ik denk dat het iets van 20 minuten duurde en meteen heb je door dat je hier met de grootmeesters te maken hebt die Sunn o))) of Godspeed You! Black Emperor tot dilettanten reduceren.

Elke keer zet de band een nieuwe constructie op, in soms verrassend snel tempo, en meestal wordt een unieke spanning gecreëerd. Wanneer Gira, inmiddels 63, begint te zingen lijkt niets te zijn veranderd. Nog steeds die lange, bezwerende uithalen die je in combinatie met het volume bij de les houden. De sjamaan, de hogepriester, zijn betreurenswaardige clichés geworden in het schrijven over popmuziek. Het zijn er veel minder in aantal dan men pretendeert, maar Gira doet onvermijdelijk denken aan een obscure Amerikaanse priester—gevormd uit gelijke delen evangelist, oude bluesman, indiaan, Wizard of Oz—die hoog met zijn armen zwaaiend geluidsgolven oproept om ze vervolgens met draaibewegingen te laten kolken of naar het publiek te werpen. Leeftijd doet er meteen niet toe, want hij bezit door jarenlang opgebouwde kennis en ervaring een mooi mengsel van fragiliteit en kracht. Gira heeft iets dwingends, alsof hij een betovering construeert. Ik durfde lange tijd niet weg te kijken, een foto te nemen, te grijpen naar de ironische veiligheid van de smartphone, bang dat het de spanning zou breken. Het is een zonde om achteloos met zulke giften om te gaan.

Vooraf vroeg ik me af hoe Gira dit al langer dan 30 jaar volhoudt. Elke keer weer die spanning opbouwen. En waarom is dat bizarre volume, dat gebit tot gebouw tot trillen, toch nodig? Ik denk dat Gira niet anders meer kan. Hij heeft het wel een aantal keren geprobeerd (Angels of Light, zijn solowerk, Swans circa White Light from the Mouth of Infinity) maar hij is allang verslaafd aan de kracht van muziek en heeft dit (voorlopig? definitief?) geaccepteerd. En waar de meeste bands volume gebruiken als een soort macho overmeestering van het publiek heeft het bij Swans een subtielere, noodzakelijke functie. Het heeft me lange tijd verbaasd dat Gira een fervent LSD-gebuiker was omdat ik het lastig kon rijmen met Swans op zijn allerdonkerst en gewelddadigst. Maar in Paradiso viel alles op zijn plek, wellicht geholpen door spacey keyboardeffecten die sporadisch tijdens rustigere stukken even mochten ademen. Dit is intens psychedelische muziek die een kosmische waarheid oproept over de realiteit, een universum dat alleen maar uit energie bestaat met, zoals elke tripper weet, ergens verborgen een pad naar het niets. Of wel, bevrijding.

En dit is, door ritueel, ook een collectieve bevrijding. Gira zit duidelijk niet in een egotrip gevangen. Vooraf vraagt hij of de zaallichten niet teveel gedimd kunnen worden, alsof hij blijvend visueel contact met het publiek wil onderhouden. Een publiek dat hij dan ook samen met zijn collega's opvallend uitgebreid bedankt. Trance, hypnose, bevrijding is blijkbaar een samenwerking.

zondag 26 maart 2017

Original Pirate Material (de 2002 recensie)

Ik had er totaal niet bij stilgestaan. Waarom zou je ook? 15 jaar is echt een slecht excuus om terug te blikken. Maar blijkbaar is Original Pirate Material van The Streets 15 jaar oud (terzijde, een aantal veel betere platen wordt 30 jaar oud.) Ik draai dat album zelden meer maar het was wel een van de eerste albums die ik voor De Subjectivisten als haantje-de-voorste analyseerde. Joris Gillet viel op dat er veel terugblikken zijn geschreven en wees bovendien op dit leuke interview met de fotografe van die geweldige hoesfoto (waar ik in 2002 blijkbaar al zeer gecharmeerd van was.) Ik zou nooit iemand meer een bard noemen, maar het Ballard-citaat maakt veel goed.



 THE STREETS – ORIGINAL PIRATE MATERIAL 

The more arid and affectless life became in the high-rise, the greater the possibilities it offered. By its very efficiency, the high-rise took over the task of maintaining the social structure that supported them all. For the first time it removed the need to repress every kind of anti-social behaviour, and left them free to explore any deviant or wayward impulses.

 J.G. Ballard – High-Rise

Nou eindelijk heeft The Streets de weg naar de stereo gevonden. Lekker vier maanden lang mogen sudderen om de juiste hype temperatuur te vinden en dan eigenlijk toch een beetje te lang laten doorkoken zodat de opwinding al begint te verwateren door de onverwachte golf van uitmuntende releases van de afgelopen weken. Nu ik eindelijk het hele album kan beluisteren, gaat de eerste keer natuurlijk grotendeels langs me heen en begint het allemaal op zijn plaats te vallen na een paar fietstochtjes door de stad met Original Pirate Material op de koptelefoon. Wat muzikaal opvalt is hoe sentimenteel Mike Skinner eigenlijk is met zijn veelvuldige gebruik van piano en strijkers en hoe hij daarmee hele vreemde resultaten produceert. Nu al verslavend is de manier waarop ‘Turn the Page’ evolueert van edelkitsch tot een symfonische 2-Step rammer die op een hele slimme manier de onderliggende connectie maakt tussen militarisme en rave, niet alleen tekstueel maar ook op de manier waarop de continue crescendo de luisteraar oplaadt en uiteindelijk buiten zichzelf doet treden.

Twee gevoelens overheersen: de aanstekelijke energie van het brutale in ‘Let’s Push Things Forward’, een heerlijke middelvinger naar zeikerds die stellen dat “alles tegenwoordig hetzelfde klinkt” en een Britse grootstedelijke melancholie die langs lijnen van de danscultuur veel meer gevoelens van identificatie oproept dan de schijnbewegingen van Skinners accent en slang in principe zouden moeten toelaten. Wie jaren lang dansmuziek heeft geleefd en het weigert op te geven zal zich moeten kunnen identificeren met ‘Has It Come To This?’, die vraag die altijd in je achterhoofd rondspookt en zelden wordt uitgesproken. Al die jaren, al die energie, al die momenten van gelukzaligheid opgelost in tijd en herinnering. Dit thema wordt nog specifieker uitgewerkt op ‘Weak Become Heroes’ waarin Skinner op een oeroude housepianoriedel overmand wordt door nostalgie naar de tijd van zijn eerste pil. ‘Weak Become Heroes’ is verrassend ontroerend omdat Skinner op karakteristiek slimme wijze zowel de naïviteit als de bevrijdende schoonheid van die vergane housecultuur weet te vangen en dat is een prestatie van formaat.

Wat me echter nog het meeste fascineert is de cover van Original Pirate Material, eindelijk een ouderwetse albumcover die net zoveel “zegt” als de plaat die hij beschermt. Het beeld van een immens flatgebouw bij nacht is subliem, het vertelt met zijn lelijke pracht al precies het verhaal van de plaat. Zo wordt de flat een kaart van Skinners brein, achter de ramen, met of zonder licht voorbij de gordijnen, liggen talloze verhaaltjes die onze bard kan bezingen. Het is een indrukwekkend debuut, laten we hopen dat hij ondanks het succes in de buurt van die flat blijft wonen.

donderdag 16 maart 2017

De toekomst van Nederland

Nog een dan in deze reeks. De verkiezingen zitten erop. Geen aanslagen, geen Russische hackers, zelfs Wikileaks kwam met moeite een paar dagen wat weak sauce presenteren over Rutte en Wilders. Maar wel een een-tweetje Rutte – Erdogan waar toekomstige historici (ja, die beroepsgroep krijgt het druk) nog veel plezier aan zullen beleven. De VVD heb ik niets mee, maar aan Caesar wat aan Caesar toebehoort, Rutte heeft een prima campagne gevoerd. Rutte vindt paaseitjes en “prettig kerstfeest” zeggen natuurlijk helemaal niet belangrijk maar hij wist dat je, zelfs slecht acterend, met die domme praat op rechts scoort. Hij hoefde maar een paar debatten te kiezen, kon mooi dankzij de wederzijdse provocatie met Erdogan scoren en vervolgens in een direct duel met de monotone Wilders in de stijl van Dynamo Kiev eenvoudig naar een 3-0 overwinning counteren.

De dag na de verkiezingen was er in het buitenland (en bij opvallend veel mensen) een gevoel van opluchting dat in Nederland zelf niet werd gedeeld. Meteen is er namelijk een verhaal gecreëerd dat vervolgens als een mantra word herhaald: “Wilders is misschien niet de grootste maar het speelveld is wel naar rechts verschoven.” De toon was tijdens de campagne inderdaad populistisch, maar verkiezingen zijn in Nederland nooit echt hoogdravend, met de media die we nu hebben is het zelfs onmogelijk. Bovendien, Nederland is gewoon een land dat altijd naar rechts helt, zelfs in de jaren zeventig. Dat de PvdA is gedecimeerd is geen verlies van links want dat is al jaren een grijze neoliberale partij met xenofobe trekjes. In die zin is het hoopvol dat de leegloop richting echte linkse partijen heeft plaatsgevonden. En het is makkelijk te vergeten dat vorig jaar rond deze tijd er helemaal niets op links gebeurde. Jessiah is ook geen groot licht maar hij heeft in ieder geval iets positiefs en energieks, een jeugdige uitstraling die politiek links Nederland eigenlijk nooit heeft gekend.

Maar het grote plaatje is gewoon belangrijker dan het binnenlandse gepriegel. En dat grote plaatje is dat Wilders zichzelf onderdeel had gemaakt van een populistische kabel die van Brexit – Trump naar Le Pen zou lopen. De verkiezingen in Frankrijk zijn natuurlijk vele malen belangrijker dan die van Nederland maar Wilders was wel essentieel in het populistische verhaal. Een gevoel van onvermijdelijkheid zou zijn ontstaan als Wilders de grootste was geworden. En je merkt dat alles wat geen overwinning is in het buitenland wordt gezien als verlies. De subtiliteiten van de Nederlandse politiek interesseert vrijwel niemand (zoals de Nederlandse media ook niet geweldig is geïnformeerd over bijvoorbeeld verkiezingen in Spanje.) De conclusie is: Wilders heeft verloren, de winning streak is gebroken. En dat is voorlopig goed genoeg.

Na een toch wel beschamende verkiezingscampagne van ongekend laag niveau is het tijd om de Mickey Mouse bullshit achter ons te laten. De formatie van een regering wordt waarschijnlijk zeer complex en zal van alle partijen vragen dat ze over hun schaduw moeten stappen. Om D66 mee te laten doen zal toch de, al dan niet gespeelde, xenofobie moeten worden bijgeschaafd. En misschien komt men zelfs op een positiever (lees groener) verhaal uit waar zelfs het bedrijfsleven inmiddels naar smacht. Want net zo makkelijk kun je in de uitslag lezen dat Nederland balans zoekt (wat natuurlijk niet zo is, Nederland is geen enkele entiteit die iets vindt, en Amsterdam heeft bijvoorbeeld duidelijk compleet andere ideeën dan de rest van Nederland.) Maar ergens ligt een potentieel voor een prettig innovatief land dat internet know-how, groene energie en, laten we eerlijk zijn, wietteelt kan uitbouwen tot een werkelijk 21ste eeuwse samenleving die zich rustig kan voorbereiden op de onvermijdelijke robotisering.

Dat is eigenlijk de enige toekomst waar Nederland zich mee moet bezighouden. De vraag is of dat met veel of minder ruis gaat gebeuren. En daar ligt een schone taak voor media die zich de afgelopen jaren steeds erger zijn gaan misdragen door journalistieke grondbeginselen te laren varen voor de dictatuur voor de click. De click die gewoon beter reageert op negativisme. Het zou de pers sieren dat ze beginnen in te zien dat het experiment, de innige relatie, met Wilders zijn langste tijd heeft gehad. Hij gaat geen nieuwe ideeën bedenken en hij gaat ook niet groter worden dan dit, een periode waarin hij echt alles mee had -Brexit, Trump, een idolate media, enge Europese vriendjes, geldstromen uit Amerika-. Elke ontevreden PVV-stemmer is inmiddels geportretteerd in kranten en de gemedieerde obsessie met de Islam heeft absurde dimensies aangenomen. Tijd voor zelfonderzoek. Het aantal columns (gewoon meningen, vrijwel altijd oninteressant) radicaal terugbrengen, de opiniepagina alleen in de zaterdagkrant plaatsen en voor de rest gewoon weer journalistiek brengen. Onderzoek doen, macht controleren, de lezer informeren. [rewind in The Big Short stijl]. Dat gaat natuurlijk niet gebeuren. Dan is het tijd om mensen media-discipline bij te brengen, de trollen langzaam maar zeker te laten verhongeren. Zelf de informatiestromen vormen.