woensdag 30 december 2015

The Force Awakens - Star Wars: de extended remix



Nadat ik in 1983 Return of the Jedi zag, heb ik een tijd lang mijn gedachten laten gaan over wat er verder zou gebeuren. En ze leefden lang en gelukkig? Of zouden de kinderen nieuwe avonturen beleven? Hoe zou dat eruit zien? Als The Force Awakens dus. Een vervolgfilm en tegelijkertijd een remix van Star Wars (1977). Van de originele trilogie zag ik Star Wars (later A New Hope) als laatste en wellicht dat ik hem daarom verreweg de minst leuke vind. Zoals remixen van dancetracks vaak genoeg het origineel verbeteren is dat met The Force Awakens ook het geval. Star Wars was een soort samplefilm (met elementen van Kurusawa’s Kakushi-toride no san-akunin, Flash Gordon, Triumph des Willens, fantasy en sciencefictionseries die allang in de vergetelheid zijn geraakt.) Narratieve originaliteit was nooit van belang (en als kind was je hier compleet ongevoelig voor.) Niet zozeer vanuit een postmoderne gedachte maar omdat Star Wars mythologie is. Zeer krachtige mythologie.

Ik vind het niet ondenkbaar dat Star Wars langzaam tot wereldreligie zal evolueren (en in zekere zin is dat proces, zeker in de Verenigde Staten, al een tijd geleden aan de gang.) George Lucas vond veel inspiratie in Joseph Campbells studie naar de structuur van mythologieën Hero with a Thousand Faces. In dat boek lanceerde Campbell onder ander het concept van de monomythe waar alle bekende mythes onderdelen uit gebruiken. Campbell was onder andere beïnvloed door Jungs ideeën over archetypen en Star Wars is natuurlijk een psychoanalytische parabel met een droomachtige intensiteit: vol maskers, vaders en zonen die elkaar naar het leven staan, het niet kunnen ontsnappen aan familietrauma’s en de daaruit volgende persoonlijkheidsstructuren. Kortom, Star Wars is immuun voor de huidige cultus van de obsessieve plotwending. De fans lijken dit gesublimeerd te hebben tot een wens naar een nostalgische filmervaring waarin het gevoel van verwondering uit de jeugd wordt herleefd. De nieuwe makers hebben dit gelukkig ook ingezien en gekozen om vernieuwing op andere punten toe te passen:

- Op technisch niveau. Door het digitale schilderen van de prequels achterwege te laten en het verhaal weer in zoiets als een “echte”, lege wereld te situeren en tegelijkertijd deze wereld invoelbaar te maken voor de huidige perceptie. De 3D is dan ook buitengewoon effectief, niet meer de goedkope kijkdoos met jolige schrikeffecten maar een ware diepte waardoor de stardestroyers opeens gedetailleerd reliëf krijgen.

 - Nieuwe identiteiten. De rollen staan vast in mythologie maar wat The Force Awakens heel slim doet, is deze aan andere sociale identiteiten toe te wijzen. De vrouw als held, de zwarte als rebel, de gevoelige jonge man die worstelt met de verleiding van het licht in plaats van het duister.

- Humor. Heel precies getimede, bijna achteloze humor.

The Force Awakens is een remix van Star Wars: A New Hope maar neemt meteen elementen mee uit de films die daarop volgde (een megamix?) Nu iedereen weer bij de les is, wordt het interessant hoe men verder zal gaan, of de volgende regisseur Rian Johnson en de in ere herstelde scenarist Kasdan een sterke signatuur toevoegen aan een verhaal dat grotendeels al vaststaat: de vervulling van Luke’s belofte door Rey die de weifelende Kylo Ren zal moeten verslaan. Cirkels zullen in dit vaststaande schema subtiel kunnen verschuiven. Los van de nadelen van de digitale constructie laten de prequels zien hoe essentieel de mythologische structuur voor Star Wars is. Lucas had moeite met het toevoegen van nieuwe elementen (de onbevlekte ontvangenis van Anakin) en hoe dichter het verhaal bij de originele films kwam hoe beter het werd. Zolang Abrams deze les voor ogen houdt, kan Star Wars de laatste twee delen weinig overkomen.

Hoe dan ook, Star Wars als verhaal kan ons (los van een nieuwe generatie kijkers) nog weinig leren. Het gaat om de manier waarop de reis wordt uitgebeeld (en klinkt). En hier is The Force Awakens, vanaf het eerste sublieme shot van een stardestroyer die een planeet verduistert tot het slotbeeld van een zwijgende Luke, bijna een totale triomf. De constructie van een universum vormde natuurlijk altijd de kracht van de films. Sciencefictionliefhebbers in de jaren zeventig worstelden bijna allemaal met Star Wars. J.G. Ballard zag meteen in dat de innovatie van sciencefiction is de voorafgaande decennia zou worden opgeofferd aan speciale effecten. Samuel R. Delany was ondanks een aantal kanttekeningen enthousiast. Sciencefiction als filmspektakel beginnen we recentelijk serieus aan te ontsnappen en in die zin is de invloed van Star Wars inderdaad te krachtig geweest. De synthese van sciencefiction en fantasy was destijds redelijk uniek en ongetwijfeld verantwoordelijk voor een deel van het succes. Maar de synthese was ook volmaakt, Star Wars heeft geen enkel derivaat geïnspireerd dat zich er serieus mee kon meten (al maakte het waarschijnlijk de controversiële—en uiteindelijk onderschatte—verfilming van Dune mogelijk.) De grote bijdrage van Star Wars aan sciencefiction is de geleefde toekomst. De steriele, technologische toekomst van rationele onderdrukking werd vervangen door een vieze toekomst vol roest, zand en deuken. In die zin leidt Star Wars direct naar Mad Max en Alien. The Force Awakens keert terug naar de vieze toekomst met nog mooiere beelden (de geweldige woning van Rey) en laat bovendien personages, vrijwel voor het eerst, echt worstelen met de politieke krachten die zulke ravage aanrichten. Onderschat de kracht van de remix niet.

zondag 20 december 2015

Futuristische muziek voor puriteinen



Ik heb met veel interesse het overzichtsartikel ‘2015: The Neofuturist Aesthetic’ van Matthew Philips gelezen. Geen wonder, de muziek die in het artikel wordt gepresenteerd lijkt geknipt voor deze tijd: drones in je mik, terrorisme bij je croissant, geflipte politici die praten in doorgepeilde oneliners, surveillanceclichés uit depressieve sciencefictionpockets en voorzichtige dromen van een terugkeer naar ruimtereizen. Neofuturisme zoals beschreven raakt de juiste midi-kanalen. En daar zit precies het probleem: je kunt de muziek eigenlijk gewoon theoretisch houden want er is weinig plezier aan te beleven. Zelfs de vriendelijkste uiting van de esthetiek, Holly Herndon, hoef ik na een keer luisteren niet meer te horen. Veel van de genoemde artiesten klinken als de stoomwals waarmee Terminators de botten van de mensheid platwalsen. Neofuturisme komt op mij over als een bijna puriteinse vorm van elektronische muziek waarmee op plezier en het lichaam wordt neergekeken. Zelf verlang ik toch naar een zonnestraal die over al die binnenkort uitgeraasde en vastgeroeste machines valt. Ik wil kortom wat solarpunk in mijn futurisme.

Je kunt je bovendien afvragen: waarom nu? Op het Sonic Acts festival is dit soort post-dance electronica al jaren te horen, indrukwekkend in het moment maar ook ergens afstandelijk. Wat je er wellicht nieuw aan zou kunnen noemen, is de infectie door de drop, de centrale climax in EDM-tracks, hier gemuteerd tot een ontploffing van digitale splinters. Philip Sherburne schreef een gelijksoortig overzicht en een cynische interpretatie zou stellen dat neofuturisme hoofdzakelijk een Amerikaanse reactie is op a. de opgefokte blijheid van hypercommerciële EDM b. identiteitspolitiek. In ander woorden: minderheden maken de muziek en verdienen daarom meer aandacht. Dat laatste vind ik als Europeaan altijd een heikel punt en mijn reflex is om kunst/muziek/theorie die identiteit voorrang geeft, te negeren.

Muziek komt voor ideologie. Daar ben ik toch een te oude technoromanticus voor en ik verlang naar ritmiek, een vleugje melodie, een hint—als was het maar een herinnering—aan menselijkheid. Neofuturisme klinkt vaak als Autechre’s ‘Gantz Graf’ zonder de melodie (een onderschatte component van het duo)…‘Gantz Graf’ is dertien jaar oud, voorheen een onoverbrugbare periode in popmuziek. Toen ik in 1983 naar The Beatles begon te luisteren waren in diezelfde periode van dertien jaar dubreggae, disco, punk, new wave en new pop ontstaan. Nu is in dertien jaar wat gesleuteld aan details. En ik breek mijn hoofd al een paar dagen over de vraag waarom het brutalisme van Pan Sonic altijd spannend klinkt in vergelijking met Arca. Waarom ik Oneohtrix Point Never volstrekt oninteressant vind en Boards of Canada met Tomorrow’s Harvest diezelfde ideeën moeiteloos invoelbaar maakten? Dus nog een cynische observatie: is men de oude gezichten zat (wat valt er nog te zeggen over Autechre’s elfde album? Weer Björk en haar experimentele fratsen!) en verlangt men gewoonweg naar nieuw bloed en jonge inzichten?

Wellicht staan we voor een schisma in elektronische muziek tussen romantische functionaliteit (het jaren negentig model samengevat als een spanning tussen dansvloer en IDM) en onhandelbare lelijkheid. Een van de problemen, vermoed ik, is dat veel neofuturisten meer conceptuele artiest dan muzikant zijn en vaak evenveel waarde hechten aan het visuele als aan het muzikale. Nu geloof ik niet in een strenge scheiding, je hoeft geen certificaat muzikant te halen om interessante muziek te maken. Brian Eno, een van de belangrijkste muzikanten van de afgelopen 50 jaar, was altijd meer conceptuele kunstenaar dan pure muzikant. Vreemd genoeg liet Eno muziek als geen ander muziek ademen. De neofuturisten met hun obsessieve gebruik van de computer lijken muziek op te sluiten in een vacuüm. Het zijn de geluiden van abstracte machines, levenloos…plat.

donderdag 17 december 2015

Waar is de digitale horizon gebleven?

Ik ben snel een liefhebber geworden van de serie Halt and Catch Fire (AMC) over de perikelen van een ambitieus computerbedrijf in het begin van de jaren tachtig. Het vangt verrassend goed het tijdsgevoel en de muziek is vaak avontuurlijk, zonder te kiezen voor de pophits van de tijd. De esthetiek is vrij subtiel, ambient met kleine details die gewoonweg kloppen. De begintitels passen hier perfect bij.


Laatst bedacht ik toen de serie begon opeens: wat is er gebeurd met de digitale horizon? In de jaren tachtig had je op verpakkingen, in reclames, games en films (Tron) vaak het beeld van een horizon. Vanzelfsprekend om de associatie op te roepen van een wereld die nog komt en binnen handbereik is dankzij de computer (soms andere digitale technologie als de cd-speler). Ik heb snel een paar voorbeelden gezocht:

 



Deze horizon is compleet verdwenen uit de hedendaagse esthetiek. Waarna je snel de conclusie kunt trekken dat marketingfiguren onbewust niet geloven in de toekomst. In de verkoop van apparaten of andere objecten met een idee van een wereld die nog moet komen. Ongetwijfeld is dit idee uitgebreid bij consumenten onderzocht en krijgt deze er geen positieve gevoelens bij. Uit angst natuurlijk, pure angst.

zondag 13 december 2015

Een speculatieve routekaart (of hoe overbluf je terrorisme?)



De controlestaat bekritiseren is een morele verplichting, maar de helft van het werk. Want wat is het alternatief? Aangezien ik over utopieën, dystopieën en toekomstscenario’s schrijf, mag wat hier volgt gelezen worden als een aanzet tot een sciencefictionscenario (al speculeert eigenlijk iedereen zodra men voorbij oorzaken kijkt, de sf-kenner kan zich alleen meer vrijheid permitteren...en is vaak gevoeliger voor totalitaire tendensen.)

INLEIDING
Maar moet je dan niets doen tegen terrorisme? Vanzelfsprekend niet. Een van de nadelen van zeer specifiek surveilleren van terreurverdachten (die vrijwel altijd bekend zijn en dat ze niet 24/7 gevolgd worden, mag pure onwil heten) is dat men ze in een rechtstaat alleen kan arresteren op het moment dat er hard bewijs bestaat voor de planning van een aanslag (meestal in een ruimte uitgesproken/geschreven in code) of wanneer men daadwerkelijk op pad gaat en de tijd om in te grijpen zeer kort is (zelfs als zou een terrorist een aanslag op Twitter aankondigen, is hij nog lastig tegen te houden.) Het alternatief is al in 1956 door Philip K. Dick beschreven in Minority Report: arrestatie voordat een misdaad wordt gepleegd, of wel schuldig zijn aan een misdaad in de toekomst. De conclusie na lezing van dat gedachte-experiment is onvermijdelijk dat veiligheidsdiensten en politie nooit alle mogelijke aanslagen gaan stoppen. Met een beetje geluk verkrijgt men informatie waardoor af en toe een netwerk of cel wordt opgerold, maar meer zit er zonder het opheffen van alle burgerlijke vrijheden gewoonweg niet in. Bovendien bewijst de gretigheid waarmee in Frankrijk met beroep op antiterreurwetgeving klimaatactivisten worden opgepakt hoe makkelijk men zulke maatregelen misbruikt. Aanslagen komen bepaalde staatselementen op deze manier wel heel goed uit.

Aan de andere kant is de politiek-mediaconstellatie zo ingericht dat bijna geen alternatief mogelijk is voor machthebbers anders dan de “we gonna get them folks” retoriek. Elke alternatieve strategie staat voor “zwakheid”. Daarom is de reactie van de Italiaanse regering zo uitzonderlijk. Alhoewel je kunt twijfelen of dit naar IS toe verder wat uitmaakt, voor het zelfbeeld, een uitstraling dat men weet wat civilisatie werkelijk inhoudt, mag het redelijk adequaat heten. Ik zie allereerst niet in hoe we uit deze situatie geraken zonder een einde te maken aan het militair-industrieel complex. Het zal altijd conflicten blijven zoeken, meer geld blijven opslokken. Deze ongebruikte scène uit Nixon legt het allemaal piekfijn uit:


Dit complex is echter zo in de Westerse maatschappij en nationale economieën verweven dat geen redelijke oplossing mogelijk lijkt. De manier waarop Julian Assange, Chelsea Manning en Edward Snowden is gereageerd—klokkenluiders die maar een klein deel van het doen en laten van het complex openbaarden—belooft weinig goeds voor degenen die enigszins serieus werk zouden maken van terugdringing, laat staan opheffing. Hoe ver is het gekomen dat alleen een natuurramp, en dan zelfs alleen een van hele serieuze omvang (type The Big One die de Amerikaanse westkust platlegt), deze grip kan doorbreken? Ondanks dit fatalisme is het mogelijk om een aantal oplossingen op de lange termijn te formuleren aan de hand van drie thema’s.

GEOPOLITIEK
Met vanzelfsprekend een centrale rol voor het Midden-Oosten, een geopolitiek wespennest dat zich in een uitzichtloze situatie bevindt. Desondanks kan ik me de volgende oplossingen voorstellen waarbij men begint met het stoppen van nutteloze bombardementen en het pompen van wapens aan “gematigde” rebellen (alleen gunstig voor de wapenindustrie het in stand houden van chaos). Vervolgens probeert men het lokale geweld in te kapselen terwijl wordt gewerkt aan een serieuze, langetermijnoplossing voor de regio. Niet zonder problemen, al was het omdat een aantal partijen over hun schaduw moet stappen. Daarbij komt nog kijken dat de regio op een niveau radicaal postmodern is, zelfs op het avant-gardistische af: er zijn geen grenzen meer. Of die grenzen weer zijn te herstellen is maar de vraag. Zeker is dat het accepteren van een stateloos gebied op de wereldkaart nog ondenkbaar is. We moeten patronen zien en anders verzinnen we die wel. Nieuwe staten dus. Men formuleert een VN-resolutie met plan tot herindeling van de regio waaronder een onafhankelijk Koerdistan wat Turkije maar heeft te slikken. Indeling naar etniciteit/religie, dus niet kolonialistisch met de liniaal rechte lijnen trekken. Wie niet mee wil doen, moet het vervolgens zelf maar uitzoeken. IS zal vervolgens door een Arabische coalitie moeten worden opgerold, het is immers een regionaal probleem (hier dient zich een volgend probleem aan want het ideaal zou zijn dat deze coalitie echt overkoepelend is, dus de vrijwel ondenkbare samenwerking van Iran en Saoedi-Arabië). Daarna is het definitief voor het Westen handen af van de regio (zie volgend thema.)

Bonuswens: herstel van Beirut als kosmopolitische stad van voor de burgeroorlog. Een krachtig symbool dat een ander leven, zonder het juk van religie, mogelijk is. Bij succes dezelfde formule voor voormalige vrije steden Kabul en Bagdad. Oh ja, en nog iets met de Palestijnen.

TECHNOLOGIE
Welke waarden kunnen we tegenover terrorisme stellen? Vrijheid is nietszeggend want wordt na elke aanslag meteen overboord gegooid. Religie heeft geen universele waarde meer. Consumentisme loopt tegen zijn grenzen aan. Democratie is ondergeschikt aan het belang van financiële instellingen. Nee, wat ons—naast DNA—bindt is technologie. Technologie is ook het enige wat een afstand kan scheppen, een onaantastbaarheid kan uitstralen. We moeten technologische werken ambiëren die imposant zijn en tegelijkertijd impliceren dat civilisatie creativiteit is en de grenzen opzoekt van wat het tot nu toe betekent om mens te zijn. Dit houdt een radicale innovatiegolf in want IS is op het moment vrij up-to-date wat betreft de huidige mediataal en computerkennis. Dat spel weten ze perfect mee te spelen. Jon Hassells profetische oorlog tussen 21ste en 15de eeuw is mogelijk geworden dankzij een technologisch connectie tussen beide partijen. Die connectie moet worden doorgesneden. Het verschil moet groter worden, imposant groter, niet als wapenwedloop maar in positieve verschillen. Of anders gezien: een negeren van de tegenstander door de aandacht te verleggen naar een ander niveau. En vandaar uit werken naar een technologische sprong voorwaarts (accelerando). In de huidige politiek denkt men graag klein, ook over technologie waarbij het summum van innovatie door Über wordt gevormd, een neoliberale koevoet verkleedt als app. Een sprong voorwaarts vergt een serieuze gecoördineerde inspanning (hieronder leg ik uit waarom dit lastig kan worden.) Een nieuwe energie-economie speelt hierin een centrale rol. Duurzame energie is vanzelfsprekend belangrijk om klimaatverandering tegen te gaan, gezonder voor de meeste organismes, onuitputtelijk voor de komende tig miljard jaar, maar het meest vulgaire pluspunt is dat het Midden-Oosten er politiek mee buitenspel wordt gezet. Want ook de crisis van Syrië is voor een groot gedeelte weer veroorzaakt door gekonkel over pijplijnen richting de E.U. waarmee bepaalde landen kunnen worden benadeeld.

Ooit het gevoel gehad na een aanslag “kon ik maar naar een andere planeet verhuizen?” Dat zal voorlopig niet op massale schaal gebeuren. Maar een uitweg naar andere planeten en manen in het zonnestelsel—geen onrealistisch idee meer—zal zelfs in het geval van een handvol mensen (en veel meer machines) ideologisch al van onschatbare waarde zijn. Het laat zien dat er andere zaken voorbij de Aarde van tastbaar belang kunnen zijn. In zekere zin het definitief achterlaten van woestijnreligies voor iets veel groters, het kosmische. Waar het op neerkomt, is het visioen van de oude Zarathustra:
Tot dusver schiepen alle wezen iets boven zich uit: en jullie willen de eb van deze grote vloed zijn en liever nog tot het dier terugkeren dan de mens te overwinnen? Wat is de aap voor de mens? Een hoongelach of een pijnlijke schaamte En precies dat moet de mens voor de Übermensch zijn: een hoongelach of een pijnlijk schaamte.
Ah, de Übermensch, altijd een mysterieuze figuur, over wiens exacte gedaante en betekenis men nog lang kan speculeren (op zijn meest ambitieus de mens die het biologische achter zich laat, op zijn vulgairst een randiaanse torenbouwer die zijn zin niet krijgt.) Maar steeds meer lijkt het erop dat deze eeuw de mensheid of een sprong vooruit waagt en zichzelf herdefinieert, of terugvalt in chaos om langzaam uit te doven als een slecht uitgevoerd experiment.

HET SOCIALE
Eigenlijk vormt dit de vraag waarop een antwoord het meest in nevelen is gehuld: hoe samen te leven? Wat is een maatschappij in de 21ste eeuw nog? De natiestaat hangt aan zijden draad en is zijn legitimatie bijna kwijt, zelfs de begrenzing door overlapping met een taalgebied wordt poreus.

Terrorisme raakt zijn doelwit kwijt met de neergang van de natiestaat. De geschiedenis van terrorisme is onlosmakelijk verbonden met de opkomst van de natiestaat. Los van de tragiek van de slachtoffers is dit onuitstaanbaar aan terrorisme: het blaast de langzaam stervende entiteit steeds weer nieuwe leven in. Terrorisme is een spel dat men te makkelijk kan winnen. Vrijwel alle belangrijke terroristische bewegingen—Baader-Meinhof, Tamil Tijgers, I.R.A. Al Qaida, E.T.A. de neofascistische groeperingen rond Gladio—hebben in hun tijd dit spel gewonnen. Dat veel van hun leden in dit proces zijn gedood, doet er niet toe want dat is ingecalculeerd. Zoals hun manifeste doelen nooit haalbaar waren. Maar de latente doelen, het provoceren van de staat om zijn ondemocratische gezicht te laten zien (doodseskaders, militairen op straat, mysterieuze “zelfmoorden” in de gevangenis, martelingen, illegale invasies) zijn altijd bereikt. Dit is geen nieuw inzicht, overheden weten het zelf natuurlijk allang, terrorisme reikt hen de mogelijkheden voor verandering aan. Vandaar dat wanneer met een zuur gezicht vergaande surveillancewetgeving wordt weggestemd, dit nooit een definitief besluit is, maar het maatregelenpakket zorgvuldig wordt bewaard totdat wel het juiste moment aanbreekt. De staat heeft vrijwel overal de pretentie van een welvaartsstaat laten varen en biedt als controle-belastingmachine geen concrete positieve functie meer. De spiegel van terreur moet gebroken worden.

Maar zoals hierboven aangegeven zijn collectieven nodig om op realistische wijze een technologische sprong te wagen. Die grote sprongen (ruimtevaart, Internet) werden voorheen door de overheid gefaciliteerd. Er bestaan inderdaad supranationale instellingen (CERN, ESA) en multinationals (vaak lastig te vertrouwen, zelfs de meest positief ingestelde zoals opgebouwd door Elon Musk) die deze rol ten dele hebben overgenomen. Maar zijn die krachtig genoeg? Een belangrijke vraag is of consumptie het sociale nog lang kan voortdrijven. En zo niet, moet een essentiële vervolgvraag worden gesteld: welke gemeenschappen kunnen ontstaan, die zich beter en op positieve wijze aanpassen aan de vloeibare realiteit van de diepe 21ste eeuw? Filosoof Fredric Jameson gaat blijkbaar volgend jaar een provocatieve stelling lanceren met An American Utopia waarin zoiets als een globale militarisering tot communisme moet leiden. Een onmogelijk scenario van een sf-kenner die ongetwijfeld inspiratie heeft gezocht in de werken van Robert Heinlein en vooral een brutaal denkexperiment. De oude marxist kan echter alleen in universele oplossingen denken. De realiteit is allang te fragmentarisch voor zulke overkoepelende oplossingen. De fragmenten moeten inderdaad nog fragmentarischer worden om dan in tijdelijke samenwerkingen bij een te komen en vervolgens weer hun eigen weg te gaan. Deze samenwerkingen vinden, vormt een van de belangrijkste taken voor de rest van de eeuw. “Laat honderd bloemen bloeien, laat honderd scholen wedijveren.”

Naschrift (edit): Scott Atran - 'ISIS is a revolution' is een lang essay met veel interessante onsentimentele invalshoeken over bovenstaande problematiek.

donderdag 10 december 2015

"Wow, I'm never going to be bored again."

De realistische fictie van morgen (als metafoor natuurlijk allang op het heden toepasbaar.) De waarschuwende boodschap van realiteiten-in-realiteiten-in-realiteiten is al zo oud als Fassbinders magnifieke Welt Am Draht (1973), maar nog steeds een om in het achterhoofd te houden. Al zal men waarschijnlijk bepaalde denktechnieken ontwikkelen waarmee een draad wordt gesponnnen door realiteiten heen om zo, zonder paniek, de weg terug te vinden.

zondag 6 december 2015

Favoriete Albums 2015 (met traditionele mix)

2015 na Chr. Zoals iedereen die een beetje deze site heeft gevolgd weet, was een groot deel van dit jaar gekoloniseerd door Aphex Twin en zijn rijkgevulde archief. De eerste zes maanden heb ik bijna naar niets anders geluisterd. Het vormt zonder twijfel de belangrijkste muzikale bijdrage van 2015, waarvan de consequenties nog niet helemaal duidelijk zijn, al hoop ik natuurlijk op een nieuwe golf door hem geïnspireerde electronica. Later in de zomer hoorde ik in Jaffna (Sri Lanka) muziek in zijn meest pure vorm, een ervaring van onschatbare waarde. Op filmgebied was er veel moois te zien en te horen met een aantal innovatieve soundtracks, waaronder de film die met je ogen dicht bijna net zo krachtig is: Knight of Cups. Ondanks de late start van ondergetekende was het moeilijker dan voorgaande jaren om tien albums te vinden. Dit keer omdat er meer dan genoeg keuze was! Daarbij torende een plaat ver boven de rest uit, die noem ik als eerste, de rest kent zoals gebruikelijk geen volgorde.  

Joanna Newsom – Divers
Toen ik haar zag en hoorde (als geweldige verteller) in Inherent Vice besefte ik opeens dat Joanna Newsom een beetje uit het gehoor was geraakt. Zo was haar laatste driedubbelalbum Have One On Me (2010) compleet langs me heen gegaan. Vreemd hoe dat kan gebeuren in tijden van totale informatie. De juichende kritieken van Divers waren dit keer echter lastig aan te ontsnappen. Terecht, maar een van de dingen die ik moeilijk vind wanneer je probeert over haar muziek te schrijven, is om niet te grijpen naar kant-en-klare superlatieven. Nadat ik haar zag optreden in Utrecht is in ieder geval duidelijk dat er op het moment geen artiest is zoals zij, die virtuositeit koppelt aan fantasie en emotionele diepte (‘Waltz of the 101st Lightborne’ is verreweg het droevigste liefdesliedje dat ik in jaren heb gehoord.) Ze heeft, zoals men wel eens zegt, een oude ziel waardoor je soms vermoedt dat ze toegang heeft tot lang vervlogen herinneringen. Divers laat horen dat Newsom precies doet waar ze zin in heeft. Ze heeft geen haast waardoor opener ‘Anecdotes’ een bizar mooie opbouw kent en haar “we sing to the garden/we sing to the stars” woorden perfect uitkomen. ‘Sapokanikan’ had zoiets als een hit kunnen worden als ze het nummer in de couplet-refrein mal had geduwd, maar niet getreurd zo is het een nieuw volkslied voor dichters, kunstenaars en filosofen. Wat ik tijdens het concert hoorde was een visioen van een Ander Amerika: introvert, literair en magisch. Dat stemde mij, tegen beter weten in, hoopvol.  

Cio D’Or – All in All
Techno zoals techno hoort te klinken. Dat wil zeggen avontuurlijk, mysterieus en elegant. Op haar tweede album werkt Cio Dorbrandt verder aan haar subtiele model voor dansmuziek. ‘Tomorrow was Yesterday’ heeft een exemplarische opbouw, met een zenuwachtig ritme en herhalend motief van strijkinstrumenten dat zichzelf plotseling bevrijdt en opbloeit. Op ouderwetse LP-lengte weet Cio de Blade Runner blues uit haar machines te destilleren. Ooit verwachtte men dat we in 2015 naar deze muziek zouden luisteren. “Future confirmed”, zoals mijn dochter zou stellen.  

Tove Styrke – Kiddo
Net als haar oudere buur Annie, zou Tove Styrke veel populairder moeten zijn dan ze in werkelijkheid is. Kiddo is niet-cynische pop en blijkbaar vertrouwt de massa buiten Zweden dat niet (geen idee waarom, misschien zijn de algoritmes haar niet gunstig gezind.) Ik hoor alleen maar uitmuntende popmuziek, inventief en melodieus. Kiddo staat vol hits die geen hit waren, inclusief de prijsnummers van de Borderline E.P. Met haar videogamegeluiden, 303 en reggaebassen klinkt Styrke soms als een The Knife jr. Beste blijft nog steeds ‘Even If I’m Loud It Doesn’t Mean I’m Talking to You’ met die exemplarische herhaling en afwezigheid van refrein.  

Geoff Barrow & Ben Salisbury - ex_machina
Ik heb zo vaak geklaagd over fantasieloze neoklassieke soundtracks dus dit voelde als een bevrijding. Alex Garlands ex_machina is een intrigerende film over een onderwerp dat er werkelijk toe doet en de hypnotische muziek helpt je om compleet in het verhaal te worden gezogen. Na afloop was ik toch verrast dat Geoff Barrow (ondanks zijn filmische producties voor Portishead) hier samen met, de voor mij onbekende, Ben Salisbury verantwoordelijk voor was. Geen beat te bekennen in deze geluidswereld vol gruis en pulsen. Laten we hopen dat hiermee eindelijk een nieuwe standaard is gezet voor (sciencefiction)films.  

Joris Voorn - Fabric 83
Ik heb hier al eerder over geschreven. Een van de weinige DJ’s waarvan ik nog een mix op cd aanschaf in tijden van podcasts en Mixcloud. De perfecte muziek tijdens nachtelijke autoritten.  

Vilod – Safe in Harbour
Daar is hij weer! Goeie ouwe Ricardo Villalobos dit keer met zijn kompaan Max Loderbauer waarmee hij sinds het magistrale Re: ECM een aantal remixes maakte die blijkbaar zo goed bevielen dat ze een album met eigen materiaal produceerden. De hogeschooltechno op Safe in Harbour is alles behalve veilig. Dit is zeer verraderlijke muziek die als je ook maar even niet oplet zo langs je heen gaat. Het klinkt allemaal heel organisch, vol typische Villalobos bubbeltjes en tikjes, maar het is volkomen onduidelijk hoe de heren het in elkaar hebben gezet. Als het een mix van samples en eigen input is, mag het virtuoos heten. Het album heeft een geweldige opbouw en begint heel zorgeloos waarna je langzaam een labyrint in wordt getrokken met het knettergekke ‘Beefdes’ als psychedelisch middelpunt. Een plaat die veel te weinig liefde heeft gekregen (te vreemd voor technoheads? Te machinaal voor jazzliefhebbers?)

Killah Priest – Planet of the Gods  
Heavy Mental (1998), een van de beste hiphopalbums ooit, kom ik nog een keer op terug. Maar Killah Priest is sindsdien van mijn radar verdwenen. Geweldig om er achter te komen dat hij in 2015 nog steeds actief is. Planet of the Gods is weer puur afrofuturisme, een vreemd mengsel van quantummechanica, alternatieve lezingen van het Oud Testament, bijeengeraapte gnosis, chemtrailsparanoia en samples van Carl Sagan (‘The Vast Bottomless Sleep’). Er staan een paar harde bangers op (‘Earth to Walter Reed, Come In Please’) en er is druk inspiratie gezocht in Indiase muziek, wat nog subtiel gebracht wordt ook. Unieke rapper.  

The Orb – Moonbuilding 2703 A.D.
Raar oeuvre heeft The Orb toch. Eigenlijk zijn de eerste twee albums het product van een groep en alles daarna van een heel andere The Orb. Die eerste twee albums zijn zo goed dat ze als de spreekwoordelijke molensteen werken. Bij elk album denk ik “hun beste sinds U.F.Orb”. Wat misschien oneerlijk is. Al die albums kennen wel een geweldig nummer (type ‘Montagne d'Or’ of ‘Toxygene’ ) en Okie Dokie It’s The Orb on Kompakt (2005) is gewoon een vrij compleet album. Maar Moonbuilding 2703 A.D. is nog beter en dus echt hun beste sinds Pomme Fritz (1994) waar ik door de jaren heen een groot liefhebber van ben geworden (sterke solar punk vibes trouwens). Waarom is dat? Vier lange tracks waar oppervlakkig gehoord weinig in gebeurt, maar in realiteit schuift het allemaal subtiel, geholpen door lome housebeats alsof het weer 1990 is en je met Primal Scream lachend op de dansvloer staat. Het is de focus, dat waar coffeeshopbewoner Alex Patterson nog wel eens gebrek aan leek te hebben, die dit alles in goede banen leidt en waardoor precies het juiste gevoel van onpretentieuze pienterheid wordt opgeroepen.

Wolfgang Voigt – Rückverzauberung 10 | National Park
Dit lange, golvende stuk is de logische conclusie van Voigts GAS/Rückverzauberung projecten. Ambient in zijn meest pure vorm, helemaal als je bedenkt dat de muziek was gemaakt voor een geluidsinstallatie in een bos. Zijn meer op de dansvloer gerichte album van dit jaar, Protest |Versammlung 1, is ook zeer de moeite waard.  

Regis – Manbait
Regis heeft twee gezichten. Aan de ene kant staat hij bekend om zijn snoeiharde techno en al is het, net als Surgeon, altijd goed gemaakt, werd dat subgenre in de begin jaren negentig door Jeff Mills tot zijn logische conclusie gebracht. Interessanter is Regis wanneer hij zijn fascinatie met industrial uitwerkt. Op Manbait compileert hij op handige wijze zijn laatste experimenten en remixes in deze “stoere mannen, macho” stijl en dat levert een zeer coherent en sterk album op. Manbait klinkt als een onuitgewerkte zijtak van house die levensvatbaar was toen men in Detroit en Chicago Nitzer Ebb mixte met ‘Acid Thunder’. Spannende, donkere dansmuziek. Je voelt de kale betonnen ruimtes, enkel verlicht door stroboscopen, de spieren en kaken gespannen, compleet in beslag genomen door de machinale erotiek.

Laten we niet vergeten:
Varg - Ursviken
Leviathan – Scar Sighted
The Black Dog – Neither/Neither
Model 500 – Digital Solutions
ASC – Imagine the Future
Panda Bear – Panda Bear Meets the Grim Reaper
Joey Anderson - Invisible Switch

 

vrijdag 4 december 2015

Jungle Faust

De climax van Faust II vindt plaats wanneer Faust gelukzalig stelt: "Zum Augenblicke dürft’ ich sagen: Verweile doch, du bist so schön!", Mephistopheles triomfantelijk verschijnt en Faust dood neervalt. Deze mix van Bailey vangt eenzelfde soort moment voor jungle. In 1996 valt alles op zijn plaats: innovatie, fantasie, collectiviteit. Alsof je een berg hebt beklommen en voldaan neerkijkt op de wereld, de eerste teleurstellende gedachten over de afdaling kondigen zich wellicht al aan.

 Ik zie overigens dat die History sessions in Londen met voormalige helden Randall, Grooverider en Goldie zeer populair zijn. Zelf heb ik geen interesse om dat op deze manier te herleven, maar als opvoedkundig project heeft het zeker zijn nut. En laten we wel wezen, de muziek klinkt alsof het gisteren is geperst (dat effect kom ik binnenkort op terug.)
 

zondag 29 november 2015

Piketpaal 9: Neptune’s Lair

1999 herinner ik mij als een ingetogen afsluiting van een opwindend decennium: Peace Orchestra, Innerzone Orchestra, Source Direct brachten prachtige albums uit. En uit het niets was daar weer een levensteken uit Detroit van Drexciya. In de voorafgaande jaren had het duo met een krachtig mengsel van techno en electro een prominente plek in de underground veroverd. Het retrospectief The Quest (1997) is essentieel voor iedereen die geïnteresseerd is in dansmuziek, elektronische muziek en sciencefiction. Maar het duo suggereerde dat met deze compilatie definitief een einde was gekomen aan Drexciya. Vandaar dat Neptune’s Lair, uitgebracht op het machtige Tresor label, twee jaar later als een verrassing kwam.

In die twee jaar had het duo aan een aantal modificaties van het eigen geluid gewerkt. Het album bestaat uit twintig tracks die een fascinerende reis vormen door de Drexciya onderwaterwereld. Muzikaal kun je de tracks in twee groepen verdelen. Een aantal dansbare electrotracks, optimistisch en haast lichtvoetig, met gebruik van tinkelende melodieën, soms aangevuld met machinale ambientgeluiden als het zoemen van mysterieuze onderzeeërs of onderwaterstations. Deze worden afgewisseld met programmamuziek als ‘Polymono Plexusgel’, ‘Devil Ray Cove’ of ‘Lost Vessel’, geluidswerelden die onbekende natuurverschijnselen of wetenschappelijke experimenten suggereren.

Neptune’s Lair zou een uiterst creatieve periode voor Drexciya inluiden waarbij het geluid nog in een reeks albums verder werd uitgewerkt. Maar nooit meer zo weids in ambitie, elke track een aftakking die verder kan worden uitgewerkt tot een minigenre. En bleef het duo altijd sterk in het verzinnen van titels, hier worden kant-en-klare sciencefictionverhalen aangereikt als ‘Andreaen Sand Dunes’, ‘Organic Hydropoly Spores’ of ‘Drifting Into A Time Of No Future’. Helaas sloot de vroegtijdige dood van James Stinson verdere verlegging van grenzen door Drexciya af. Gerald Donald zou onder andere als Dopplereffekt gelukkig verder gaan, nog steeds op zoek naar nieuwe werelden ver voorbij het electrogenre, soms met buitengewone resultaten.

 

donderdag 26 november 2015

De onmogelijke droom van nieuwe ontdekkingsreizigers


We kennen het scenario uit talloze sciencefictionfilms en -boeken. De reis naar een bewoonbare planeet die buiten ons zonnestelsel ligt. Soms wordt specifiek ingegaan op de bijeffecten van zulke reizen, maar over het algemeen is de ervaring even klinisch en achteloos als de witte ruimtes waarin de reizigers wakker worden uit hun slaap. Kim Stanley Robinsons laatste boek Aurora verbeeldt in details de problemen die een dergelijke reis op 1/10 van de lichtsnelheid met zich meebrengt. Bovendien schreef hij een ontnuchterend artikel waarmee hij ruimtereizen, zonder allerlei kunstgrepen van wormgaten en reizen op lichtsnelheid, demystificeert. Zeer de moeite waard omdat Robinson de problemen op een aantal kennisgebieden in kaart brengt. Als denkexperiment is het waardevol omdat er een nooduitgang, die veel van ons vagelijk in het achterhoofd houden, mee lijkt te worden afgesloten:
But when we consider how we should behave now, we should keep in mind that the idea that if we wreck Earth we will have somewhere else to go, is simply false. That needs to be kept in mind, to set a proper value on our one and only planet, so that a moral hazard is not created that allows us to get sloppy with our caretaking of it.

zondag 22 november 2015

De geest van het Crystal Palace



Ik las onlangs in El País Semanal een kort artikel uit een serie waarin architecten wordt gevraagd naar hun favoriete gebouw. Die week was Norman Foster aan de beurt die enkele interessante dingen zegt over het Crystal Palace, het imposante gebouw waar de Wereldtentoonstelling van 1851 in werd gehouden. “Zijn bouwtechniek viert het vertrouwen in de toekomst. Zijn idealistische geest verlegde de limieten van ontwerp en techniek.” Een van de interessante opmerkingen van Foster is hoe tijdsdruk en afmeting van het gebouw de architect Joseph Paxton dwong om nieuwe oplossingen te verzinnen. Een vermoeden dat een ambitieus doel stellen, innovatie voortdrijft.


Je kunt niet ontkomen aan proto-Solar Punk associaties: licht, futurisme, kosmopolitisch, innovatief, esthetisch en ruimte voor groen. Daarom is het interessant om er achter te komen dat Foster en zijn bureau de ontwerpers zijn van Medinat Masdar, de duurzame stad in Abu Dhabi (geen auto’s, compleet afhankelijk van duurzame energie, gericht op onderzoek en technologie.) Dit is dan eindelijk de geest van de Crystal Palace herboren. Met een kanttekening, het gevaar dat dit soort steden enclaves van een elite worden, waar het Crystal Palace bedoeld was om iedereen te verbeteren. Aan de andere kant: men moet ergens beginnen en vervolgens hopen dat de inzichten van de constructie elders worden overgenomen.

donderdag 19 november 2015

Dromen in de ruimte


Eind jaren negentig was de term imaginary soundtrack populair in muziektijdschrift The Wire (al had Eno het concept al veel eerder uitgewerkt met zijn Music For Films album uit 1978). Ik had weinig op met de term omdat muziek, zeker instrumentale muziek, altijd al een potentieel voor verbeelding, het visueel-filmische, in zich draagt. Desondanks is Before Nostromo van Stephen Mathieu een intrigerend project. Negen sfeervolle muziekstukken die in de dromen klinken van de bemanning van het ruimteschip Nostromo, vlak voordat ze ontwaken en Alien (1979) begint. Ik heb al eerder gesteld dat drones lastig zijn om over te schrijven. Associaties die muzikanten aandragen zijn zeer belangrijk in de constructie van het luisterplezier. Scenario’s als Before Nostromo vormen een mooi alternatief voor de electronica auteur wiens drones men trouw beluistert als puzzelstukje in een oeuvre.

Overigens heb ik onlangs een bluray-versie van Alien gezien en de film was beter dan ik me kon herinneren. Ook al blijft het buitenaardse wezen als psychotische serial killer nog steeds vrij duf is het als ambient—het geluid, de technologie, aankleding—een meesterlijke film. Misschien dat Before Nostromo daarom werkt, als belofte van een andere film.

dinsdag 17 november 2015

Het Falen van de Controlestaat



De recente aanslagen in Parijs bewijzen eens te meer dat de controlestaat met zijn diepgaande surveillancetechnieken niet werkt. De controlestaat gaat aan zijn eigen logica ten onder:

Ondanks astronomisch budgetten, ongekende rekenkracht en vergaande wetgeving is surveillance ineffectief wanneer het aankomt op het voorkomen van aanslagen. Dus surveillance werkt aantoonbaar niet als methode. Elke andere menselijke bezigheid die zo weinig resultaten produceert zou allang failliet zijn verklaard. Voorstanders zitten met het probleem dat hun remedie “nog meer maatregelen” inmiddels overgaat in een soort vriendelijk fascisme. Kortom, de vrijheid die men pretendeert te beschermen wordt in een soort verschroeide aarde tactiek zelf vernietigd. Dit is de vaste keuze van het politiek-mediacomplex en zij kunnen er mee wegkomen omdat een groot deel van de bevolking toch al naar een vorm van fascisme verlangt.

Of de huidige surveillancetechnieken werken prima, misschien zelfs te goed. Het is het gebruik en de interpretatie die vervolgens haperen en aanslagen niet weten te verijdelen. Dit is op drie manier uit te leggen:

1. Moedwillig falen. De favoriete interpretatie van de paranoïcus die direct alarmbellen voelt afgaan wanneer blijkt dat daders allang in het vizier waren. In de paranoïde interpretatie wisten de geheime diensten ongeveer dat eerder dit jaar een aanslag zou worden gepleegd en is Charlie Hebdo onbewust opgeofferd als een verzameling nuttige idioten (jihadisten zijn nooit geïnteresseerd in traditionele terreurdoelen, namelijk machthebbers: hoge militairen, politiechefs of ministers.) De laatste aanslagen zijn vervolgens een blunder die veel groter uitpakte dan men had ingeschat (een blunder die ongetwijfeld voor een aantal verantwoordelijken binnen het controleapparaat gevolgen zal hebben.)
2. Falen door incompetentie. De realistische interpretatie. Het surveillanceapparaat dat jihadisme in de gaten zou moeten houden, wordt teveel voor andere zaken gebruikt: economische spionage, het in de gaten houden van advocaten, milieugroeperingen en dieractivisten. Het dodelijke gevaar wordt door een overdaad aan informatie gemist.
3. De controlestaat heeft een heel ander doel. De sociologische favoriet sinds Foucaults Surveiller et punir. Of surveillance werkt om de veiligheid te bewaren, doet er niet toe: het is de kans dat het werkt die een samenleving in het gareel moet houden. In die zin wordt het individu met een dubbele angst bedreigd: die van het complete toeval van de aanslag en de staat die al je gedragingen kan volgen, je misschien beter kent dan jezelf.

Vanzelfsprekend een onwenselijke situatie want psychische en maatschappelijk ongezond. Bovendien is fascisme retromania. Een oplossing? Die volgt een andere keer uitgebreid.

Een uitstekend achtergrondartikel over de rol van encryptie en metadata is hier te lezen. En Snowden als zondebok aanwijzen is misschien gebaseerd op ressentiment maar niet op feiten. New York Times lijkt zijn les geleerd te hebben van journalistieke doodzondes na 9/11 en de invasie van Irak en probeert zich met dit opiniestuk enigszins los te wringen uit het politiek-mediacomplex. En nog een artikel over het voorspelbare opportunisme na aanslagen. Pijnlijke en gedetailleerde lijst over terroristen die lang en breed bekend waren bij veiligheidsdiensten. Niks Playstation 4: meeste communicatie ging aan de hand van sms, zonder encryptie. Om een schoolvoorbeeld van het politiek-mediacomplex te geven: Nu.nl drinkt, zogezegd, de Kool-aid tot de laatste druppel.

maandag 16 november 2015

"George Clooney will run for office."

Tien sciencefictonschrijvers geven een korte voorspelling van de komende tien jaar. Veel kleinschalige ideeën eigenlijk, niemand brandt zijn vingers aan ruimteverkenningen. Deze van Robert Charles Wilson sprong er wat mij betreft uit, omdat het goed het huidige moment samenvat, waarin een soort fantasieloze interim-managers (type Hollande, Cameron, Rutte) op kansloze wijze leiding geven aan vervagende entiteiten:
We can start by asking what’s already beginning to feel old. And what feels old (to me) is our political and economic discourse. Here we stand, on the brink of a global climate catastrophe and embedded in an emerging oligarchy armed with a surveillance apparatus of unprecedented reach and power, discussing politics in terms Victorian philosophers would have recognized. There is a tinderbox of unmet expectations and frustrated idealism out there, and a genuinely captivating new political or economic idea -- good or bad -- could start a global conflagration.
Zal ik zelf dan maar een poging wagen? 2025? De rek is dan nog meer uit de nostalgie naar de 20ste eeuw. Ondanks het betreden van de diepe 21ste eeuw, zal veel van ons leven, en vooral in Nederland, er aan de oppervlakte hetzelfde uitzien. We hebben in ieder geval vreemder weer, het weerbericht voor Nederland het komende decennium: nog meer regen. Om de sociologische blik te accentueren: het politiek-media-entertainmentcomplex verpaupert verder waardoor meer mensen andere collectieven gaan vormen, vaak vanuit het lokale maar met inspiratie van over de hele wereld (goede ideeën zijn immers grenzeloos). Niet zozeer een verdere tweedeling als vergaande atomisering van de samenleving, een term die zijn betekenis in enkelvoud gaat verliezen. Steeds meer zullen we op maat gemaakte technologieën zien, met lichte vormen van A.I. die praktische oplossingen bieden. Opkomst van een zonnecultus in Duitsland, non-metafysisch, wel heel esthetisch en invloedrijk. Ik gok dat de generatie van mijn dochters zeer interessante en innovatieve kunst zal maken, die ik mij nu vanzelfsprekend niet kan voorstellen. Keith Richards haalt zijn 81ste verjaardag met gemak. Facebook is failliet.

Soundtrack: Boards of Canada - Tomorrow's Harvest

vrijdag 13 november 2015

De nieuwe utopisten en de keerzijde (leestips)

Robinson’s attempt to keep the flame of Utopia alive in a despairing era has made him a lonely figure. But suddenly, in the last few years, a new literary genre has emerged that hopes to revive ecological utopianism. Rallying under the banner “solarpunk,” a ragtag band of freelance futurists and science fiction writers have argued that we have an obligation to imagine positive futures where plausible technologies give us practical green solutions.
Uit 'The New Utopians', een lang artikel van Jeet Heer in The New Republic. In zekere zin gaat het over het oeuvre van schrijver Kim Stanley Robinson (niet bij te houden die man.) Maar de laatste alinea's zijn een handige introductie van solarpunk.

Aan de andere kant van het spectrum, een ander favoriet onderwerp van dit blog: Detroit. Ben Paynter schrijft voor het toch al interessante Los Angeles Review of Books een lange recensie over Beautiful Terrible Ruins : Detroit and the Anxiety of Decline van Dora Apel:
As the title of her work indicates, Apel’s thesis is that “the anxiety of decline feeds an enormous appetite for ruin imagery.” Not stopping there, though, she qualifies: “But it matters whether we understand ruination as historically inevitable, the fault of its own victims, or as the result of industrial disinvestment and capitalist globalization.” The industry of “ruin imagery” has to be better understood, the possibility of an underlying “anxiety of decline” has to be explored, and the role of “capitalist globalization” has to be disambiguated.

zondag 8 november 2015

Een uitstekende introductie van solarpunk

For a great many reasons (not least of which is the aging population), I don’t think we can count on mass movements taking to the streets to fix our problems. Instead we can build our solarpunk society in the places and moments that the state neglects — particularly in response to the climate disasters and black swan shocks that will punctuate the coming century. If we do this right, Solarpunk could be the philosophy of those who fill in the gaps, the aesthetic of the assemblies that coalesce where government fails to show up.
'On the Political Dimensions of Solarpunk' van Andrew Dana Hudson is het beste essay over solarpunk dat ik tot nu toe heb gelezen. Uitgebreid, subtiel en met de juiste toon, ergens tussen hoop en realisme in. Het is denk ik ook de bron van de 'move quietly and plant things' slogan. Het is in ieder geval een essentiële tekst voor iedereen die geïnteresseerd is een praktisch futurisme dat zich bewust is van zowel esthetische als socio-economische dimensies.

Dat het solarpunk idee, op een haast instinctieve manier, zo goed voelt heeft mij een tijd verbaast. Maar na lezing van 'On the Political Dimensions of Solarpunk', met zijn gebruik van onder andere Sterlings "old people in big cities afraid of the sky" en Gibsons 'Jackpot', ben ik De Toekomst Hervonden gaan zien als een soort voorbereiding van solarpunk, het noodzakelijke sloopwerk van ruïnes. Aangezien de term toen ik het boek schreef nog niet bestond, vind je het er niet terug. Anders had ik het zonder twijfel in de conclusie gebruikt. Hoe dan ook, tijd om explicieter te worden over solarpunk in een groter werk (twijfel alleen of het fictie of non-fictie zal zijn.) Ondertussen laat ik in recente teksten hints achter: de DordtYart lezing, de laatste zin in 'Een klein futurisme' vanzelfsprekend, maar ook het einde van het Countrywear essay in From Tip to Toe met het visioen van tuinsteden. Ik zeg hier ook maar een keer: Junya Watanabe's 2012 excentrieke lente/zomercollectie is een vriendelijke blik in de nabije toekomst.

maandag 2 november 2015

Een klein futurisme


Op de website van het kunsttijdschrift Metropolis M is mijn antwoord te vinden op een eerder gepubliceerde brief van Stijn Verhoeff en de reactie van Jelle Bouwhuis. Onderwerp: de toekomst en beeldende kunst. 'Een klein futurisme' is een soort geconcentreerde versie van De Toekomst Hervonden voor de beeldende kunstenaar. Het viel me tijdens het schrijven wel op hoe makkelijk het was om nieuwe voorbeelden aan te dragen om het argument kracht bij te zetten (in zekere zin hier al grotendeels verzameld.)

zondag 25 oktober 2015

Joris Voorn - Fabric 83: techno voor een volwassen wereld



Mike Banks de introductie van ‘Amazon’ zien spelen in 1992 deed onvermijdelijk de vraag stellen: wat houdt nieuwere generaties tegen om zulke grote gebaren te maken? Zijn de combinaties van noten opgeraakt? Is de cultuur waarin ‘Amazon’ werd bedacht verzadigd? Durft men het niet uit angst voor ridiculisering? Of heeft men de capaciteit gewoonweg niet? In zekere zin is de zo in dubstep/EDM zo gliefde drop ook een groot gebaar, maar het is mechanisch, het equivalent van een doorgetrainde, in doping gemarineerde, bovenarm spannen. Bovendien is het lelijk. Een alternatief antwoord is, denk ik, al een aantal jaren: diepte. Een lastig te omschrijven kwaliteit. Diepte is een subtiel gebaar, je herkent het in de fantasierijke Donato Dozzy mixen van een aantal jaren terug (met als hoogtepunt mnml ssgs 39.) En in het ambitieuze Balance 14 (2009) van Joris Voorn dat dit jaar zoiets als een opvolger kende in de vorm van de 83ste editie van de Fabric mixserie waarop hij weer een groot aantal fragmenten van tracks inzet om met behulp van Ableton Live zoiets als de perfecte technomix te maken.

Waar zou een perfecte technomix aan moeten voldoen? De mix moet worden voortgedreven door ritme of puls. De muziek ademt vooral een melancholische sfeer uit. Een futuristische associatie is op minstens een niveau aanwezig (albumhoes, samples, techniek.) Aan deze drie voorwaarden voldoet Fabric 83 zeker. Maar er moet iets meer zijn: de mix dient in eerst instantie te verwonderen. Dit gebeurt hier halverwege wanneer Voorn verrassend de riff van jungleklassieker ‘Shadow Boxing’ gebruikt als breekpunt. Losgeweekt van het originele ritme klinkt de melodie als plots opdoemende stormwolken waar zwarte regen uit begint te vallen. Het vormt de ingang tot een elegante geluidswereld die zijn gelijke op het moment niet kent. Voorn is vrijwel een eenling in zijn methode—een perfectionering van Hawtins vaak abstracte digimixen—waarbij je vermoedt dat veel van zijn collega’s te lui zijn, of gewoon niet over het gehoor beschikken, om een dergelijke mix te bouwen.

Voorn is als DJ een soort schakel tussen klassieke techno en de digitale wereld. Een schakelpositie die hij op Fabric 83 trouw blijft. De mix gebruikt genoeg obscure nieuwe tracks en remixes, maar ze worden duidelijk verankerd in de drie-eenheid Plastikman/Basic Channel/Underground Resistance (hier Robert Hood) die nog steeds gemijnd kan worden voor nieuwe inzichten. Nu ik dit opschrijf, vraag ik me af of die fundamenten niet uiteindelijk moeten worden verlaten? Misschien is Voorn er al op subtiele wijze mee bezig, verzinken de pijlers langzaam in een frisse stroom techno.

Fabric 83 is ook een mix die op zoek is naar een toekomstige praktijk, want met een club vol dansende mensen heeft de muziek weinig meer te maken. Op dit moment doet het dienst als buitengewone automuziek: de mix als leidraad door de nacht, net genoeg puls om in te verzinken maar steeds aangevuld met kleine veranderende details om de aandacht te laten verspringen in een samenspel met de voorbijschietende lichten. Over een aantal decennia zullen een aantal opiaten—hoe natuurlijker, hoe makkelijker—legaal zijn. Ironisch genoeg zal de auto-ervaring steeds meer aan betekenis gaan verliezen. Fabric 83 hint (net als Dependent & Happy van Villalobos) naar een ander gebruik van muziek in een volwassen maatschappij. Een zwevende, vederlichte luisterervaring, waarbij een suggestie van een superieure glimlach op het gelaat verschijnt.

maandag 19 oktober 2015

Piketpaal 8: Systemisch

Mark Richardsons mooie artikel over 94Diskont van Oval deed mij in de platenkast zoeken naar hun bijna vergeten debuut Systemisch, waarmee techno een nieuw soort punk uitvond. Punk als methode van de breuk, niet als drie akkoorden, een leren jack en een hanenkam. Systemisch veroorzaakte in 1994 in kringen waar ambient en techno elkaar ontmoeten een sensatie. Oval nam het initiatief met een filosofisch-politieke praktijk, een gemis waar techno door oudere generaties vaak op werd afgerekend. Ik denk dat ze de kritiek van Oval niet hadden herkend. Oval laat namelijk de grote ideologische strijd van weleer terecht voor wat het is en richt zich op een kritiek van esthetiek en technologie zoals belichaamd door de compact disc. Door cd’s te beschadigen en de resultaten op te nemen probeerde de groep de kritiekloze acceptatie van digitale audio in twijfel te trekken:
It's an effort in sound-design rather than music with a capital M. The main content of our effort is to have an audible user-interface. (in The Wire #146)
Ik kocht Systemisch destijds in een soort pervers gebaar op dubbel-vinyl waardoor de twijfel over de werking van de cd-speler vanzelfsprekend werd weggenomen en Oval puur op muzikale intentie kon worden beluisterd. Want eigenlijk is Systemisch een verzameling radicale niet-geautoriseerde remixes, ‘Compact Disc’ gebruikt bijvoorbeeld vrij duidelijk 'Selected Ambient Works Vol.II cd2track2' van Aphex Twin als basismateriaal.

Onvermijdelijk klinkt Systemisch inmiddels bijna conventioneel mooi. Oval wilde misschien geen muziek maken en trachtte destijds de aandacht af te leiden van de bronnen die ze gebruikten, maar de pracht van de muziek die uiteindelijk is ontstaan, valt alleen te herleiden tot hun gunstige bronnen (een Systemisch aan de hand van bijvoorbeeld Armin Van Buuren tracks maakt hetzelfde punt, maar zal nog steeds lelijk klinken.) Daarnaast lijkt de compact disc ingehaald door streaming (in sommige gebieden dan, in landen waar audiotechnologie hoog in aanzien staat—Duitsland en Japan—blijft de cd nog steeds oppermachtig.) Maar als statement is Systemisch onovertroffen, nog steeds worden de lessen van hun glitch toegepast in meer muzikale werken van Holly Herndon en Björk. Alleen het verlangen om een medium, een technologie, wezenlijk te bekritiseren is helaas afwezig (in muziek dan, in De Toekomst Hervonden wordt Oval genoemd als een van de voorlopers van New Aesthetic.)



 Drie jaar later zeer verrassend terug te horen in deze vorm:

 

woensdag 14 oktober 2015

Maar Facebook zagen ze niet aankomen

Dit archeologische juweel kwam gisteren op twitter langs, een korte documentaire Public Transport over een street media event in Wenen (1992).


De jaren negentig in zijn meest pure vorm (relaxed en toch energiek, duister en toch optimistisch.) De mediatheorie is niet eens zo gek gezien, met die code-oorlog en data-guerilla's. Maar uiteindelijk ook een soort technoromantiek, niemand kon zich de Death Star Facebook voorstellen die opeens zou opdoemen. Hoe dan ook, de muziek...oh, de muziek...Underground Resistance op het toppunt van zijn kunnen met die scratches van Mills en de allesverzengende kracht van Banks' 'Amazon'-akkoorden. Techno als onweerlegbare waarheid. Stom dat we dat moment door de vingers hebben laten glippen.

zondag 11 oktober 2015

Is er nog leven voor betonpsychedelica?

Mooie introductie van het fotoproject Souvenir d'un Futur van Laurent Kronental (eigen website) waarin ouderen en hun leefomgeving van naoorlogse flatgebouwen in Parijs worden vastgelegd. Ik kan niet ontkomen aan de indruk dat ondanks een tijdelijke terugval van deze esthetiek (betonpsychedelica?) die resulteerde in een slechte naam (terwijl de inwoners vaak tevreden zijn) een renaissance niet lang op zich zal laten wachten aangezien de stadscentra de komende decennia zullen worden bezet door rijken en toeristen. Wellicht met de nodige verbeteringen: beton moet nooit zichtbaar zijn in massale woonomgevingen, structuren zullen een open karakter hebben (grotere ramen!), groener zijn, geïntegreerd met de winning van zonne-energie en een betere vervlechting met commerciële centra kennen (en vooral glasvezelkabels.) Kortom, de stad van solarpunks.

donderdag 8 oktober 2015

Handboek voor het heden





Het is onmogelijk om TheAge of Earthquakes: A Guide to the Extreme Present van Shumon Basar, Douglas Coupland en Hans Ulrich Obrist te omschrijven zonder te verwijzen naar de invloedrijke samenwerking van mediatheoreticus Marshall McLuhan en illustrator Quentin Fiore in de jaren zestig: The Medium is the Massage: An Inventory of Effects (1967) en War and Peace in the Global Village (1968). Het boek heeft hetzelfde formaat en in wezen dezelfde opzet als zijn voorlopers. Het trio laat tekst op fraaie wijze door foto’s en illustraties lopen, waarbij vanzelfsprekend kwistig gebruik wordt gemaakt van webesthetiek. Je kunt je afvragen of het papieren boek nog wel het geschikte medium is voor dit soort projecten. Het ouderwetse Penguin logo geeft het boek ook een extra nostalgisch air. Maar de keuze is uiteindelijk de juiste. Een flashsite of app zou The Age of Earthquakes laten verdrinken in de digitale oceaan, een boek zorgt voor een juiste afstand. Je pakt het op, laat een van de ideeën op je inwerken en legt het weer weg.

De auteurs presenteren slogans, denkexperimenten, definities van porte-manteauwoorden en grappen die uiteindelijk zoiets als de huidige tijdgeest weten te vangen van absurde onzekerheid, waar weinig ruimte is voor illusies. Daarbij volgen ze hun grote voorbeeld maar gebruiken ze vooral zijn kracht: de slimme oneliner (wanneer McLuhan lange argumenten opzette, zakte hij vaak door het ijs.) Nu ken ik het werk van Basar en Obrist niet, maar je herkent in veel teksten de naïeve ironie van Coupland, bijvoorbeeld: “Knowing everything turns out to be slightly boring” of “Before the Internet we had a few memes a year.” Vanzelfsprekend is er geen conclusie in zicht. De auteurs flirten onvermijdelijk met de komst van de Singularity en het beeld van de toekomst dat voorzichtig wordt geschetst is er een van een radicaal andere mens in een verpauperde omgeving (“In the future everywhere will be Detroit.”) Waarheden zo licht als luchtvervuiling.

woensdag 23 september 2015

Knight of Cups: leven en film in de 21ste eeuw




Het gebeurt niet vaak dat ik de bioscoop uitloop, overmand door een welhaast extatisch gevoel dat ik de wereld met een frisse blik bekijk. Niet toevallig was de laatste keer na The Thin Red Line, Terrence Malicks comebackfilm uit 1998. En nu dus na zijn nieuwste film Knight of Cups. Ik smacht naar een essay als dat van Simon Critchley over The Thin Red Line (al maakt die analyse nog steeds veel duidelijk over de nieuwe film.) Dat zal nog op zich moeten laten wachten. Misschien moet ik het zelf doen, maar iets—behalve tijd—weerhoudt me er vooralsnog van: de persoonlijke reactie op Knight of Cups is precies dat: privé, een individuele taak.

Wat ik er in ieder geval wel over kwijt kan, is dat Knight of Cups heel nu is, in de wijze waarop het sommige vragen over liefde, authenticiteit, relaties, perceptie en kennis stelt. Omdat de film overvloeit met beelden—tijdens het kijken moest ik op een of ander manier aan De Aleph van Borges denken—is het lastig om er grip op te krijgen, maar Malick duikt dapper in de maalstroom van het leven van de 21ste eeuw waar “niemand meer om realiteit geeft.” Een van de mooiste momenten in de filmgeschiedenis is de aanval door de mist in The Thin Red Line en mist keert terug in Knight of Cups tijdens een desoriënterende clubscène, waardoor ik weet dat Malick precies weet waar het om gaat (dat Burial even later—of eerder—klinkt in een stripclub versterkt dat gevoel alleen maar.)

Daarnaast heeft Knight of Cups de juiste vorm voor een film in 2015. Geen plot, alleen intensiteiten. Naar het schijnt kreeg hoofdpersoon Christian Bale niet eens teksten aangeleverd, hoefde hij alleen maar te reageren. Het maakt ook niet uit, wat personages zeggen wordt vaak naar de achtergrond geduwd om plaats te maken voor de innerlijke monoloog of het web van muziek en geluidseffecten. Want Knight of Cups klinkt magistraal, de geluidswereld van de film vormt al een afzonderlijk meesterwerk. Een laatste gedachte die vooral opkwam tijdens de lange scène op een Hollywoodfeest (met Antonio Banderas in topvorm) is hoe het toch mogelijk is dat Malick zulke films voor elkaar krijgt? Is dat een nostalgie naar het avontuurlijke Hollywood van de jaren zeventig, waar Malick maar twee films maakte? Want het lijkt het er op dat acteurs (met het bijbehorende geld) in de rij staan om in zijn films te mogen spelen, alsof in een vreemd ritueel Hollywood zich door de films van Malick reinigt van de zonden, de geestdodende rotzooi, die het produceert.